Archief | maart, 2013

De voordelen van het moderne sparen… (2009)

30 mrt

Geplaatst op 6 april

Wie kent ze niet? Wie heeft ze niet in de portemonniks? Die plastic kaartjes waarmee je niet kunt betalen. Plastic spaarkaarten. Het moderne equivalent van de ouderwetse zegeltjes. Waren we voorheen als echte Hollanders nog bezig om allerlei bonnetjes te sparen en op kaarten te plakken om zo één of andere korting te krijgen, sinds een aantal jaren kan het ook anders. En ja, ook ik loop met een paar van die dingen rond. Als eerste was daar de airmileskaart. In den beginne moest ik er niks van hebben, totdat moeders ineens met zo’n ding op de proppen kwam. Moet ik effe uitleggen: het sparen van airmiles was vanaf het begin nogal een groot succes. Echt iedereen moest en zou op die manier ooit zijn of haar vliegvakantie bekostigen. Dat je daarvoor eerst jarenlang een Godsvermogen aan liters peut bij de Shell in je tank moest flikkeren en je voortaan voor gemiddeld honderden (toen nog) guldens (per week dan hè?) moest investeren in de supermarkt die op de kleintjes “zou” letten (toch ook niet de meest goedkope die er is), teneinde één vliegticket naar Maastricht Airport met bijbetaling te kunnen bemachtigen, vertelden ze er gemakshalve maar niet bij. Maar goed: iedereen liep ineens helemaal weg met dat maffe airmiles. En als iedereen er mee wegloopt… dan doet Anneke de Jong dat dus niet. Want Anneke de Jong heeft iets tegen massahysterie. Anneke de Jong heeft iets tegen kuddegedrag. En Anneke de Jong heeft iets tegen hypes. (Met een P, geen V. Alhoewel ik daar ook al niet aan wilde. Hoe diep kun je zinken dat ik dit nu schrijf en onder andere op m’n hyvepagina plaats…) Vandaar dat ik rond de kersttijd ook het enige huis in Nederland heb waar in elk geval aan de buitenkant niks te zien is, en als het aan mij ligt, aan de binnenkant ook niet. Geen lichtslang aan mijn gevel omdat de buren het ook hebben. Dan juist niet. Noem me saai, maar je kunt niet zeggen dat ik daarin geen eigen mening heb. Airmiles was dus een hype en dus wilde ik daar niets van weten.
Ondertussen hielp in huize de Jong protesteren voor geen meter. Moeders had zo’n kaart en kreeg er één extra. Aangezien mij pa nooit in een winkel liep (ik heb tot een paar jaar voor zijn dood nooit geweten dat de man ook nog wel eens iets als geld in z’n portemonnee had), kreeg ik dus de tweede spaarkaart. En ja hoor: met het schaamrood op de kaken haalde ik de weken daarna de bekende blauwe kaart uit m’n portemonnee: bij de Shell, bij V&D, bij de Etos, Appie Heijn, noem maar op. En dat schaamrood? Dat verdween op den duur. Toen ging m’n eigen toko ook nog eens “airmilen”, dus ja… weg principes.
Die airmileskaart heb ik nog steeds. Ik heb geen idee wat er op staat aan mijlen, maar één ding weet ik wel: we hebben er nog geen moer aan gehad. Nog nooit iets mee gedaan dus. Ja, ik weet het: dat heb je zelf in de hand. Wie weet: misschien ooit tóch die vliegreis naar Maastricht. Best een leuke stad hoor…
Maar goed, heb je je net over de schaamte van de Airmileskaart heen gezet, dient het volgende dilemma zich aan: de AH Bonuskaart. U kent ’m vast. Net zo blauw als zijn hierboven beschreven “luchtcollega”, maar dan alleen te gebruiken bij de Ahold-buurtsuper. En ja… eerlijk is eerlijk: daar heb je dan wel meteen iets aan, want je krijgt namelijk op sommige artikelen korting. Nou ben ik ook niet gek, en weet ik heus wel dat instanties als Airmiles en Appie Heijn met zo’n kaart precies kunnen zien wat de koopbehoeftes van hun klanten zijn en daar doen zij hun voordeel dan weer mee. Maar ach… wat geeft het als ik er zelf ook iets beter van word? Niks toch?
Eerder deze week kwam ik even bij moeders thuis. Op de tafel een envelop. Van Appie. Mooie brief erbij en een aantal kortingscoupons. Volgens mij (en overigens ook volgens de brief) zouden de kortingscoupons moeten aansluiten bij de koopbehoefte en het koopgedrag van de houder van de betreffende bonuskaart. Want de grootgrutter weet precies wat wij (m’n moeder en ik, want ook hiervan heb ik de tweede kaart) vaak aanschaffen.
Nou, het klopt hoor… NOT!!! Uit de envelop kwamen bonnen voor korting op (ga effe zitten): 3 pakken Pampers, Nutrilon opvolgmelk, AH Zuigelingenvoeding en Zwitsal billendoekjes of bijdehandjes. Nou heb ik geen kids, dus MIJN koopgedrag kan dit niet veroorzaakt hebben. Nou heeft m’n moeder ooit wel drie kids op de aardkloot gepleurd, maar voor zover ik weet zijn we alledrie al een poosje zindelijk (geen Pampers en Zwitsal billendoekjes nodig), hebben allemaal al tandjes, dus zuigelingenvoeding is ook niet meer aan ons besteed en drinken we tegenwoordig gewoon melk uit een pak. Van de koei dus. Opvolgmelk??? Gimme a break… Albert Heijn? Wat een Zwitsal-bijdehandje…

Groot mysterie ontrafeld in Vlaardingen (2009)

30 mrt

Geplaatst op 20 maart

Groot mysterie ontrafeld in Vlaardingen
Van één onzer verslaggevers.

Vlaardingen – Eén van de grotere mysteries op huishoudelijk gebied is vanaf vandaag ontrafeld. U kent het ongetwijfeld: u doet uw was in de machine, u weet zeker dat u er een even aantal sokken in doet, maar als u de was er later weer uithaalt, mist er altijd wel minimaal één sok. Waar ie is? Niemand weet het en als het even tegenzit, komt ie ook nooit meer boven water. Letterlijk.
Wetenschappelijk onderzoek heeft nu uitgewezen dat deze sokken toch niet zomaar in het niets verdwijnen. Naar aanleiding van haar eigen wasbevindingen heeft Prof. Dr. Ing. Anneke de Jong zich op deze materie gestort en zij is tot de conclusie gekomen dat de sokken zich tijdelijk schuil houden.
”Het viel mij op dat sokken niet bij elke was verdwenen, maar juist bij sommige wasbeurten”, aldus de Jong. “Daarop heb ik statistieken bijgehouden en daaruit bleek dat sokken alleen verdwenen tijdens wasbeurten waarin gewassen werd met het doseerbolletje voor vloeibaar wasmiddel, oftewel het zogenaamde wassen met een balletje.” U vraagt zich nu waarschijnlijk af wat het één met het ander te maken heeft? “Ik kan me voorstellen dat alleen dat gegeven niet genoeg licht op de zaak werpt”, aldus de Jong. “Uit mijn onderzoek blijkt dat er altijd maar één sok per wasbeurt met een balletje verdwijnt, niet meer.” De reden is echter heel simpel te verklaren: de sok “verstopt” zich tijdens de wasbeurt. Om hem alsnog uit de lege trommel tevoorschijn te halen, heeft de Jong een simpele remedie: “Kijk ook eens ìn het wasbolletje…”

Bij het volgende wasonderzoek gaat de Jong zich nu toespitsen op de vraag waarom alle was zich altijd tijdens de wasbeurt in het dekbedovertrek wurmt…

An maakt zich zorgen… (2009)

30 mrt

Geplaatst op 13 maart

Neeeeeee…

Dit is toch je ergste nachtmerrie…

Ik zit net een beetje heen en weer te surfen en kom toevallig terecht op nu.nl, jeweetwel: die nieuwssite. Even kijken of er nog meer nieuws is dan het feit dat men vandaag serieuze pogingen heeft ondernomen om eindelijk die UFO in Amsterdam, ook wel bekend als de galmbak waarin geen enkel concert normaal te beluisteren is, ook wel bekend als voetbalstadion, al ga ik niet oordelen over die functie omdat voetbal mij echt geen reet interesseert tenzij het om een belangrijke wedstrijd van Oranje gaat waarbij de kans dat ze winnen nogal groot is, ook wel bekend als de Arena (schijnt), van de aardbol te vegen.

Was er nog meer nieuws?

Ja, er was nog meer nieuws.

En best beangstigend nieuws overigens…
Althans… ik weet niet hoe het met jullie zit, waarde lezers, maar ik werd er niet ècht blij van.

Even een stukje van nu.nl:

AMSTERDAM – Mannenmode laat zich vaak inspireren door de vrouwelijke variant, met als resultaat rokken, panty’s en handtassen voor het mannelijk geslacht. De markt voor mannencosmetica wordt met de dag groter en nu is er nóg een crossover-trend gesignaleerd.

Vrouwen zijn er inmiddels alweer jaren dol op en gekeken naar de catwalks deze winter, wordt de trend alleen maar groter en opvallender. Maar de legging behoort niet langer alleen tot het vrouwelijke domein. De eerste mannenleggings, ‘meggings’, zijn reeds gesignaleerd.

Op dit soort momenten vraag ik me echt af: wat heb ik verkeerd gedaan in mijn leven, dat ik dit nog moet meemaken? Please, no…

Ierland 2008 (2009)

26 mrt

Geplaatst op 8 maart

Hoor de wind waait door de bomen… Ik kan me er nog helemaal niks bij voorstellen, maar ik ben alweer bezig met de vakantie. Sterker nog: morgen ga ik boeken. Vorig jaar beviel het allemaal wel, dus zijn de ogen van de dames de Jong ook dit jaar weer gericht op dezelfde bestemming: Eire. Dus vorige week maar eens wat reisgidsen opgehaald bij de reisgidsenboer en dan begint het al, hè? Lekker zoeken, lekker cijferen, heeeeerlijk. (Nee, echt!) en alles tot op de cent berekenen. Daar hebben we zoveel korting, maar komt de overtocht weer belachelijk duurder uit, en zo ga ik door al die gidsen heen. En dan denk ik weer terug aan vorig jaar…
Een reis naar Ierland met één chauffeuse (omdat die andere weigert om links te rijden. Laat dat nou een hobby van me zijn…) is een aardige onderneming: twee overtochten, twee overnachtingen, dus een reis van 2 dagen. Overtocht nummer 2 was in één woord fantastisch: in een snelboot op een hele ruige zee, windkracht 6 en golven van 3 meter. Bijna het gehele passagiersbestand (nee, echt) zit collectief groen van ellende z’n maaginhoud te legen in de daarvoor bestemde papieren zakjes en wat doet Anneke de Jong? Die staat buiten op het dek al filmend en fotograferend te gieren van de lach. Oh, wat was het gaaf… Bij aankomst in de haven van Rosslare is iedereen ineens weer beter (dat begrijp ik dan weer niet) en schalt de kapitein door de intercom: “Thank you for choosing Stena Line, we hope you’ve had a pleasant crossing…” Toen ben ik heel erg hard gaan lachen. Britse bemanning, dus britse humor he? Redelijk vermoeid op naar het hotel, An is toe aan horizontaal. Het zwembad ging bijna dicht, dus ben ik maar “een baantje gaan trekken” in het bad. Even die Ierse zee uit m’n haar weken. Je moet toch wat…
De volgende ochtend aan het ontbijt: heerlijk eten en… drinken. Niet slim als je nog een uur of vijf, zes moet rijden. An aan de thee en dus (want sterk) met melk. Oh lekker, jus d’orange en wat is dat nou? Cranberrysap. Hmmm… Moet ik even uitleggen dat thee bij mij gewoon doorspoelt, melk ook, dus thee met melk is funest; dat kan ik beter gewoon rechtstreeks in de plee flikkeren en nou weet ik niet of je bekend bent met de werking van cranberries op de blaas? Dat werkt stimulerend. Geloof me: het werkt. We waren het hotel nog niet uit of ik moest weer. Vorig jaar hier een Tesco-supermarkt (nadruk op super) gezien, op m’n richtinggevoel er op af en ja hoor: gevonden! Linea recta richting de toiletten en daarna meteen maar een eerste boek gekocht: de biografie van Richard Hammond, die Top Gear presentator die toen dat ongeluk in die heeeeeeeele snelle auto heeft gehad. Ja, ik moet toch iets te lezen hebben? Duh… Oh ja, had ik al verteld dat ik een beetje veel had gedronken van het foute spul? En dat er in Ierland niet veel snelwegen, maar vooral veel provinciale wegen zijn? En dat de openbare toiletten-slash-tankstations met toiletten beduidend minder aanwezig zijn dan aan de andere kant van de Ierse zee? De reis naar de eindbestemming werd dus, sanitair gezien, een regelrechte hel. Maar we hadden wel mooi weer. Dat steeds minder mooi werd naarmate de eindbestemming naderde, maar dit terzijde.
Aan het eind van reisdag twee ploffen we neer in een zespersoons huisje in Glengarriff, een minder dan minuscuul stipje op de kaart in County Cork. Met z’n tweetjes hebben we drie wc’s, twee badkamers… Mwah. Kan slechter. Nou ja, het is niet alles: de wasmachinedeur heeft kuren en het bad in MIJN badkamer leidt een eigen leven. Ik had op een mooie ochtend alle voorbereidingen getroffen: stopje er in, kraantje open, heerlijk geurend badschuim er in, Richard Hammond mee (ja, z’n boek!!!) en… niets. Blijkt het stopje gekrompen te zijn en dus loopt het bad doodleuk al leeg terwijl ik het probeer te vullen. Tja. Dan maar weer onder de douche. Zonder boek. Leest zo lastig…
We arriveren dus in dat minder dan minuscule stipje op de kaart met dikke mist, dus eerlijk gezegd hadden we toen allebei zoiets van: hoe komen we hier de komende twee weken door? Bo-ring!!! Wijselijk zeiden we het niet tegen elkaar. En dat was maar goed ook, want hoe ver kun je er naast zitten? Heel erg ver dus; zonder mist blijkt het waanzinnig mooi te zijn. Maar dat zien we dan nog niet. Voor de eerste levensbehoefte word ik meteen richting de dorpswinkel geschopt en daar hoor ik naast me: “Nee, dat is het ook niet. Dit dan?” De dame in kwestie draait zich om en vraagt aan mij “Excuse me, do you know where I can find condensed milk?” Ik kijk ‘r bijzonder uilig aan en zeg: “ik heb geen flauw idee…” “Oh, je bent ook Nederlands?” Nee, ik ben een niet-roodharige, blauwgeoogde Ierse die heel toevallig de Nederlandse taal meer dan machtig is… Zucht. Ze zoekt koffiemelk en ik vertel ‘r dat dat niet gaat lukken hier. Voor het eerst in het Engelssprekende deel van Europa klaarblijkelijk… Je moet ze ook alles uitleggen… Het wordt nog erger: we hebben Hollandse buren… Getver… Nou ja… “ons bent zuunig”, dus is het niet raar dat er Hollanders naar Ierland trekken. Nee, neem nou die benzine. Je lacht je echt een breuk om die literprijs daar. Dat toch niet alles lachen is, kwam ik achter toen ik een paar dagen later in “wereldstad” Skibbereen (waar???) nietsvermoedend een schoenwinkel binnenliep. Zag echt hele leuke schoenen staan, maar niet in mijn maat. In mijn hoofd stelde ik de vraag al: “Excuse me, do you have these in a size-OH-MY-GOD…” M’n oog was inmiddels op de prijs gevallen. Laat maar.
Ondertussen doen eind augustus en begin september waar ze goed in zijn: zorgen voor roerig weer. En dan vooral overal in het land. Het blijkt de natste zomer in vijftig jaar te zijn. Bruggen storten in, mensen worden geëvacueerd, wegen overstromen, veerdiensten worden uit de vaart gehaald en in het stuk waar wij zaten, scheen doodleuk heel regelmatig de zon. Nou hadden we ook wel een beetje het voordeel van de warme golfstroom daar en dat viel echt overal aan te merken: wat een prachtige bloemen en planten groeien daar. Gewoon, “in het wild” langs de weg. Fuchsia’s, Lupines, Latyrus, palmbomen (ja echt!), zo mooi allemaal. Bergen (inmiddels rijpe) bramen, zalig. Regelmatig zon dus (ja, ook zeemist en ik heb ook door de wolken gereden bovenop de bergen), maar over het algemeen niets te klagen. Je moet niet naar Ierland gaan om bij te bruinen, dat is vergeefse moeite, maar madam hier heeft mooi wel in korte broek rondgelopen, dus ik bedoel maar… Qua landschap gaat het richting de Schotse Hooglanden. In één woord: schitterend. Watervallen, overal bergen (met de bijbehorende schapen), hagedisje gezien tijdens “de verplichte bramenpluk” (want er moest jam gemaakt worden… ja, je neemt ze mee…), frisse lucht, kraakhelder water in beekjes en in de Oceaan; ik kan er uren naar kijken.
Over die bramen gesproken: weet je dat die krengen een hekel aan mensen hebben? Ze hebben er een systeem voor om ons dat duidelijk te maken: doornen. Als je als mens denkt dat te kunnen omzeilen door goed uit te kijken, dan heeft de braam twee andere troeven: s-p-i-n-n-e-n en t-o-r-r-e-n Nou vind ik torren niet zo erg, maar spinnen… daar heeft Annetje het niet zo op, dus ga ik daar met een hele grote boog omheen. Krijgen ze toch nog hun zin… Bij elke braam die ik pluk hoorde ik m’n oudtante op Terschelling zeggen: “De braam’n? Die benne van ons!”, doelend op de toeristen die te vroeg op het eiland waren omdat de bramen in het hoogseizoen nog niet rijp waren.
Bij gebrek aan een beetje normale snelweg in Ierland, duurt alles vrij lang om te bereiken. De eerste stad was 55 kilometer verderop, maar daar deed je wel een uur over om er te komen. Maar het reed wel mooi. (Niet bevorderlijk voor chauffeurs met hoogtevrees trouwens, gezien de diepe afgronden, heheheh…) Toch kriebelt het en moet ik toch minimaal één keer naar een echte stad, ook al is ie op anderhalf uur rijden van ons verwijderd. Het wordt Cork.
Iers: niet te verstaan. Doe ook vooral geen moeite; het gaat je niet lukken. En als ze wel gewoon engels spreken, is het haast ook niet te doen, want ook het accent is moeilijk te volgen. Eén keer dacht ik de Poolse taal te herkennen. Niet dus. Het bleken gewoon twee Ieren te zijn…
Maar jaaaaah… het volk is zo aardig, het landschap is zo mooi, zoals de Healy Pass… het is allemaal zo geweldig…
De reis terug is er weer één van een paar dagen. In een voorstadje van Cork onder het mom: “ik moet even een toilet opzoeken hoor…” in een middelgroot winkelcentrum terechtgekomen en ik vond dat de chauffeuse wel een break had verdiend. En een nieuwe jas, haha. In het hotel in Wexford werd ik al meteen herkend: “Oh… right. You’ve stayed here before, haven’t you?” Eh… ja… Jee… ik word herkend. Dacht ik. “I thought so, yeah. I recognised the name.” Tuurlijk. Zo veel klanten krijgen ze hier niet met mijn achternaam. Duh… De volgende ochtend zitten we belachelijk vroeg aan het ontbijt, met het oog op de boot naar Wales. Lekker Iers ontbijt, alles er op en er aan. Op de boot kan ik een paar uur lang naar de plee, dus ook genoeg gedronken. Maar toch maar geen cranberrysap. Je moet het noodlot niet tarten natuurlijk. Een half uurtje later rijd ik de auto voor en pik ma op uit de lobby. Ze neemt afscheid van een vriendelijke Ier, met wie ze had zitten praten. Ze had verteld dat ze hier op vakantie was geweest en dat het zo mooi was waar we zaten. Waarop die man vraagt waar we waren geweest. Laat ze nou niet meer op de naam van het minder dan minuscule stipje op de kaart kunnen komen… Ma dacht na. Iets met een G… Later gooi ik de tank voor het laatst vol met leuk geprijsde benzine (omdat ik uit principe niet in de UK wil tanken met die debiele literprijzen daar en dus op Ierse peut de nederlandse grens wil halen) en informeer ik welk plaatsje ze had genoemd. “Greenvalley, toch?” Even de kaart erbij gepakt. “Ma… hoe reageerde die man?” “Nou, zoiets als: ja, dat is mooi daar…” “Goh… opmerkelijk. Greenvalley bestaat namelijk helemaal niet. Glen-gar-riff! We zaten in Glengarriff…” Nogmaals: je neemt ze mee… je schaamt je kapot. Zucht.
Op de terugweg worden we weer beloond met een heerlijke storm, met volop zon dit keer, dus An weer helemaal in heur nopjes. Behalve dan even toen m’n camera door de storm van de tafel af flikkerde en helaas vertrokken bleek te zijn naar de eeuwige jachtvelden. Ach ja… mooi excuus om een andere aan te schaffen.
Op de Ierse zee had ik het al, dat gevoel: draai om!!! Ik wil terug!!! Maar ja… ik ga pas eind augustus weer… Dan maar genieten van een paar maanden voorpret, bij gebrek aan beter…

Haai… (2009)

26 mrt

Geplaatst op 3 februari

Ik ga het dit keer voor de verANdering een keer niet over mezelf hebben. Nee. Daar is niemANd bij gebaat, dus doen we dat maar een keertje niet. Ik ga het maar eens hebben over m’n tANtezeggertjes. Zoals de meesten van jullie waarschijnlijk wel door hebben (duh…), zit ik op hyves. (Ja, daar gaat het al fout: ik heb het alweer over mezelf. Nou, sorry… ik heb echt m’n best gedaan. Lees maar niet verder dan…) Goed, hyves dus. In den beginne moest ik er niets van hebben, zat ik helemaal in MySpace en vond ik hyves maar een raar fenomeen. Ik had er ooit wel één aangemaakt, wist eigenlijk niet meer wat m’n wachtwoord was en ik weet dat ik een vreselijke foto als achtergrond had ingesteld, om op die manier zo veel mogelijk het bezoek van mijn hyve te ontmoedigen. Ging lekker… Totdat je vrienden je ineens niet meer via je gewone mailadres gaan mailen, maar een PB-tje sturen. “Een PB-tje?” “Ja, naar je hyve gestuurd…” Nou… dan moet je wel. En ik moet zeggen… ik vind het me toch leuk tegenwoordig. Op MySpace kom ik echt nooooooit meer en eens komt de dag dat ik daar mijn wachtwoord van moet gaan zoeken.
Mijn enthousiasme sloeg een beetje over op het beste vriendinnetje. Zij wilde er ook één en ook zij zit nog in die fase die ik ook had in het begin. Dat wil niet zeggen dat er niet gehyved wordt bij haar thuis, integendeel… Nee, de next generation is flink aan het hyven geslagen. Dochterlief van negen wilde ook graag een hyve, dus werd tante opgetrommeld om samen een hyvepaginaatje te bouwen. Het kind gaat als een speer qua vriendenaantal (alhoewel ik Marco Borsato, Jeroen van der Boom en Red echt no way tot mijn vriendenkring wil toelaten) en door haar aangestoken wil broertje nu ook een eigen plekje in cyberspace. Meneer is zes jaar en weet al precies wat ie wil. “Tante!!!”(Van mij hoeven ze het niet te zeggen, maar ze weten volgens mij niet dat ik ook gewoon een voornaam heb. Moeders heeft het destijds een tikkie aangeleerd omdat ik er een hekel aan heb. Van je vrienden moet je het hebben, grrrr…) “Ja?”
“Nou, tante..” (blik op ernstig, klein fronsrimpeltje op het voorhoofd) “…ik wil ook een haai!!!” “Je wilt een wat?” “Een haai!!!” “Een haai? Wil jij een haai? Da’s een hele gevaarlijke vis, hoor… Moet je erg hard gaan zwemmen, mocht je die tegenkomen…” Fronsje veranderde, wenkbrauwtjes gingen omhoog. “Neehee, ik wil ook een haai, net als zu-hus!” De toon van de laatst uitgesproken zin droop over met: mens, snap me nou toch… Ik snapte dondersgoed wat ie bedoelde, maar ik houd me graag van de domme. “Heeft je zus een haai dan? Nee toch?” Met wanhoop in z’n kleine bruine kijkers keek ie me hulpeloos aan. “Hij wil ook een hyve”, zei zus op geruststellende toon. “Oooooh, je wilt een hyve? Zeg dat dan…” “Dat zeg ik toch???” Ach gut… “Mag dat van mama?” Ja dus. Afgelopen week was het zover. Samen gezeten achter een computer op een toch best wel koude zolder werden er wachtwoorden, schermnamen, achtergronden en foto’s gezocht en ingevoerd. “Nou moet er ook nog een profielfoto komen. Of wil je die rare meneer houden met die rode neus?” Dat wilde ie niet, dus werd er een mapje met foto’s van het kleine heerschap geopend. Meneer drumt tegenwoordig en ik vond een redelijk stoere foto van ‘m, staand bij een drumstel met twee drumstokken in z’n handen. “Deze doen dan?” Hij kijkt aandachtig naar het beeldscherm. Ineens deinst ie terug, kijkt me aan en roept semi-verontwaardigd: “Nee!!! Niet die!!!” Ik kijk ‘m aan en werp over z’n hoofd heen een vragende blik naar moeders. Ik zie aan haar dat ook zij geen idee heeft wat er gaande is. Hier word ik niet veel wijzer van, dus besluit ik het maar gewoon op de man af te vragen. “Maar waarom niet dan?” “Nou…”, hij leunt voorover en wijst naar z’n kin. “…kijk dan, ik heb daar een pukkeltje!!!” Mijn hemel… ik dacht dat alleen vrouwen zo waren… Ja mensen, de emancipatie is ook al doorgedrongen tot de wereld van zesjarigen… De eerste vriendenuitnodiging werd verstuurd en meteen geaccepteerd. Drie keer raden wie z’n eerste vriend werd? Moi. Zus werd toegevoegd, de eerste krabbels gingen over en weer, er werd een filmpje bij één van mijn vrienden gejat en twee poezenfilmpjes van YouTube geupload. Ondertussen verder keuvelend richtten we de hyve in. “Het smartboard was vandaag kapot op school…” “Het wát?” Mijn beurt om uilig te kijken. “Het smártboard!” “Oh, je bedoelt dat ding dat voor in de klas hangt… Ja, dat hadden wij vroeger niet op school…” Hé… fronsje is weer terug. “Echt niet…”, zegt ie verontwaardigd. “Echt wel. Wij hadden vroeger gewoon een zwart houten bord, een schoolbord. Met krijtjes. En we betaalden ook nog gewoon met guldens…” Terwijl ik het zeg hoor ik in gedachten m’n vader vertellen over het schrijven op een leitje op school en over betalen met muntjes met een gat er in. M’n nieuwste hyvevriend schudt z’n kleine koppie in ongeloof en gaat daarna onverstoord verder met een typen van z’n eerste krabbel aan mij. Ik zeg wijselijk maar niks meer…

I can fly!!! (2009)

26 mrt

Geplaatst op 19 januari

Au… wat heerlijk dat ik een maand of anderhalf geleden bij de afhaalzweed even de moeite heb genomen om in de winkel te gaan proefliggen. Ik, zijslaper, had op internet al het één en ander gelezen over welke matrassen er geschikt zijn voor types zoals ik. Na wat proefliggen, proefdraaien en eigenlijk gewoon voor Jan met de korte achterlul in die winkel op een bed liggen voor het oog der natie, had ik mijn matras gevonden. Het werd Fidjetun. Whatever that may be. Lekker stevig memoryfoam. Kijk, vroegah heette dat gewoon “dat klotematras waarin een afdruk van je lichaam blijft staan”, nu heet het memoryfoam en dus betaal je daar ook voor. Niet dat ik klaag, integendeel. Nee, ik ben er nog nooit zo blij mee geweest als nu.
Ik ben namelijk een beetje stijfjes. En dat is dan nog voorzichtig uitgedrukt. Het begon in de bovenbenen, toen in de nek en als laatste in de rug. Alleen plat op een harde ondergrond liggen is heerlijk. Het is niet zo dat ik zwaar gesport heb ofzo, nee. Het enige is dat ik welgeteld drie hele minuten in de lucht heb gehangen. Ik ben gisteren namelijk wezen skydiven. Een paar maanden geleden ving ik een gesprekje op tussen twee collega’s die het daar over hadden en aangezien het me fantastisch lijkt om ooit aan een lap stof uit een vliegtuig te springen, maar toch ook wel een tikkie eng, was dit het perfecte alternatief. “Joh, dan ga je toch mee?” Dat moet je net tegen mij zeggen. Als het hoog en hard gaat, dan ben ik voor. En zo reden wij met z’n drietjes op een zondagnamiddag in januari richting Roosendaal. Onze chauffeuse had het allemaal geregeld: kwart over zeven moesten we ons melden, dus zouden we ervoor nog ergens een hapje eten. Net voorbij de afslag Numansdorp kwam de opmerking: “Als je ergens zo’n gele “M” ziet langs de weg, geef dan effe een gil.” Tja… nou ken ik de weg naar Roosendaal wel een beetje, dus ik wist dat er tussen Vlaardingen en onze eindbestemming drie van die gele “M’s” staan. En dat die inmiddels ook alledrie achter ons lagen. Ja, je gaat de bewoonde wereld uit hè. “Ja, dat kan toch niet????” Ja hoor, dat kan. “Hallo, dit is Brabant? Daar hebben ze geen verlichting langs de snelweg nie en ook nie zoveel gele “M-men” langs de snelweg nie…”, zei ik. Dan Roosendaal maar in, ondertussen al een beetje scheel kijkend van de honger. Ooit wel eens in Roosendaal geweest? Nee? Houden zo. De chauffeuse moest nog even tanken en besloot het daar meteen maar even te vragen. Met de legendarische woorden “die moet het weten; ze ziet eruit alsof ze er regelmatig komt”, stapten we naar binnen. Hmmm… sterk staaltje mensenkennis, want de cassière wist het ons inderdaad feilloos uit te leggen. Na het verlaten van het tankstation en het unaniem vaststellen van de sexuele voorkeur van deze McDonaldskenner achter de kassa (niet van de mannen), stapten we in de skydive-express op naar ons eten. De wanhoop nabij zagen we daar toch ineens de gele “M” verrijzen. Net op tijd, want ik had bijna een hap uit het dashboard genomen. Nou ja, zondagavond, etenstijd, “kei”druk natuurlijk, dus werd het rijdend eten. Dat is op zich wel een zegen, want onze chauffeuse heeft een rijstijl van… tja, hoe moet ik het zeggen… nou ja, een sterke maag is een pré. Aangezien ze nu rijdend haar BigMac menu naar binnen werkte, moest ze dus wel rustig rijden. En sturen met haar knieën. Da’s best handig, op zich: je kunt zo ook heel goed je nagels lakken, weet ik. Het is een tip… Uiteindelijk stonden we voor de deur van het gebouw waar het allemaal ging gebeuren. De drie stoere wijven in blik werden toch ineens een stukje stiller. “Ja, daar staan we dan.”, “Tja… we hebben al betaald…” en: “Nu moeten we wel…” Dus wij naar binnen. Eerst een formulier ondertekenen, toen ons in een combinatie van een formule-1 pak en een ruimtepak gehesen, gympen aan en op naar de balie. Daar kregen we nog een haarkapje, een helm, een bril en een paar oordoppen en na een instructiefilmpje waarin je uitgelegd krijgt welk handgebaar wat betekent en wat je wel en vooral niet moet doen, werden we naar de windtunnel geleid. Zo moet het voelen voordat een astronaut de spaceshuttle instapt, want door de kleding leek het wel het NASA spacecentre. Lijkt me ook wel wat trouwens, de ruimte in… Geloof me: de oordoppen waren geen overbodige luxe. Het lot van iemand wier naam begint met de A: van ons groepje moest ik als eerste. De tunnelmarshall (oftewel de gozer met de leukste baan van Nederland: hij helpt je en vliegt dus de hele dag en wordt er nog voor betaald ook), ving me letterlijk op bij de deur. Je moet je armen op schouderhoogte brengen, je kin omhoog houden en je gewoon voorover laten vallen. Heel vreemd om te doen, maar het lijkt net alsof je op een kussen landt. Ik kreeg een teken met een duim omhoog. Shit.. was dat nou je heupen naar voren of naar achteren? Eh… achter? Nee! Shiiiit… naar voren, naar voren!!! Yes… Ineens zie ik een briefje: “Smile, you’re on dvd…” Oh ja, lachen. Voordat je het weet, gaan je laatste 15 seconden in en word je naar de deur geleid. De eerste poging om de deurpost te te pakken mislukte, dus werd ik een keer snel in de rondte gezwengeld (leuk!!!) en bij de tweede poging stond ik ineens weer buiten. Kolere! Wat is dit gaaf!!! De andere twee stoere wijven vonden dat ook. Geloof me, het is heel erg goed voor je lachspieren. Bij elke sprong mochten we wat meer: bij de tweede vlogen we even los, bij de derde gingen we wat meer de hoogte in. Het viel ons wel op dat we met z’n drietjes best wel talent heben. Waar anderen (met name de heren) veel langer nodig hadden om de juiste vlieghouding te vinden, werden wij al vrij snel meegenomen de lucht in. Na afloop waren we helemaal om: in de kleedkamer ging het gesprek al gauw over een volgende keer en over een sprong in het “echhie”. “Nou, welkom.”, zei er één van het skydiveteam uit Rotterdam. Oeh… verleidelijk… Rotterdam is erg dichtbij hoor… Nou, eerst thuis het dvd-tje maar eens terugkijken. M’n certificaat met daarop in grote letters “I can fly” hangt inmiddels ingelijst aan een nu niet meer zo lege muur, als bewijs dat ik het echt heb gedaan. En het was geweldig, echt waar!!! Een aanrader. De stoere wijven gaan hier overigens een traditie van maken: het volgende project wordt karten, daarna een dagje achtbanen testen, er is gesproken over raften, skieën, eh… iemand nog suggesties? Ze zijn meer dan welkom…

De kerst is weer voorbij!!! (2008)

25 mrt

Geplaatst op 31 december

Zo. De kerst hebben we ook weer gehad. Ik heb er niks mee; ik geloof nergens in, dus waarom zou ik iets gaan zitten vieren waarvan ik overtuigd ben dat het 2008 jaar geleden NIET is gebeurd? Op eerste kerstdag heb ik gewoon een nachtkastje in elkaar geswaffeld (als je deze niet snapt, lees even twee blogjes terug) en bestond mijn diner uit een in de oven geschoven pizza. En op de tweede kerstdag zat ik eh… in eh… nou okee dan, in een kerk. Ik, ja In. Een. Kerk. En dat komt zo: tantezeggertjes hadden een opvoering van het kerstverhaal van school en ja… die zitten toch te kijken of er bekenden “in de zaal” zitten. En dan zeg je geen nee. Tantezeggertje één was dit jaar hoofdengel. Zo trots als een pauw stond ze in haar glimmende witte jurk en tantezeggertje nummer twee was één van de drie wijzen. Die had het ook best naar z’n zin, zo te zien. Daarna mee naar huis, want moeder van tantezeggertjes had een enorrummu berg eten waar we ons met het voltallige gevolg toch wel enigszins knormagend op stortten. En wat ik met kerst te weinig heb, heeft zij met kerst te veel, dus wat dat betreft vullen we elkaar prima aan. Ik begrijp ook nooit zo waarom mensen hun huizen zo uitbundig uitdossen. Een boompje vind ik leuk hoor; dat ruikt ook lekker in huis, maar dan heb ik het wel gehad. Nee, dan de rest van het land. Het kan niet gekker. Waar we een heel jaar bezig zijn met het milieu en het besparen van stroom, gooien we al die principes in december overboord en worden we massaal gek. Massahysterie, zoiets. Hé, de buurman heeft een lichtslang, dan nemen wij er ook één, met een rendier er bij. De volgende dag staat er bij buur één nog een extra kerstman bij, die dag en nacht met lucht wordt volgepompt, om vervolgens bij buur twee ook nog eens een sneeuwpop van drie meter hoog in de tuin te zien. Vre-se-lijk, dat kuddegedrag. Hier, in dit pittoreske vissersdorp, maken ze het helemaal bont: er is hier een straat (da’s op zich niets bijzonders, daar zijn er namelijk meer van) waar zelfs de lantaarnpalen kerstmutsen op hebben. Elk huis is versierd, van binnen en van buiten. Kijk, wat iemand in z’n huis doet, moet ie zelf weten, maar buitenshuis… Hou het lekker binnen, die ellende, en val mij er via je gevel niet mee lastig!!! Please? Maar goed, die straat dus. Er staat zelfs een levensgrote kerststal en dat trekt nogal veel bekijks. Ook van de lokale TV-zender. Dat heeft een item gemaakt over mijn mede-stedelingen en hoe zij kerst vieren. (Nou, om te beginnen steken ze nog voor de kerst de acht meter hoge boom voor het stadhuis in de fik) De verslaggever van dienst werd ook naar de kerststal gestuurd. Er was alleen één probleempje: de goede man slist. En de slissende goede man vind het een goed idee om bij de kerststal in het kort het kerstverhaal te vertellen. Een kleine impressie: “Jezuf lag in de ftal in z’n kribbetje. Toen kwamen er drie wijven uit het ooften die gefchenken hadden meegenomen, namelijk goud, wierook en mieren…” MIEREN??? Dat geef je toch niet als kraamcadeau? Voor de goede orde: het waren geen mieren, het was mirre. MIR-RE. Blijkt dus dat ie niet alleen slist, maar nog meer verborgen spraakgebrekken heeft. Je zou er medelijden mee krijgen. Whahaha… NOT!!! Nee, ik ben blij dat het weer voorbij is. Ik kijk al vier weken tegen een huis aan waar constant felle blauwwitte lichtstralen langs het raam naar beneden vallen. Aan de andere kant van de kamer gebeurt hetzelfde, maar dan met blauwe sterren. Als ìk er al achterlijk van word als ik alleen al langs rijd, dan moeten die mensen zelf na de feestdagen toch een jaartje aansterken in één of ander gesticht ergens? Toch?
Ach ja, het zit er bijna weer op. Ik weet dat het voor iedereen anders ligt, maar ìk vond het een klotejaar. Op de één na laatste dag, dus op de valreep, de laatste groet aan de vader van een vriendin gebracht. En dat was “pas” de tweede keer in dit jaar. Beide vaders waren niet eens oud geworden en dat klopt niet, ergens. Nee, voor mij mag het hele jaar door de plee. Weg ermee. Volgend jaar beter!

Fijne jaarwisseling.