Archief | oktober, 2017

Anne.

13 okt

Je zal een kind hebben dat op een dag thuiskomt en zegt: “Pap, mam, ik ben er uit. Ik ga rechten studeren!” En dat dat kind daarna zegt: “Omdat ik strafpleiter wil worden.”
Ik weet het, ze moeten er zijn, want iedereen heeft recht op verdediging. Iedereen. En dus is het ook alleen maar goed dat ze er zijn. Want ze hebben echt nut. Zoals in de Schiedammer parkmoordzaak. Of in de Puttense moordzaak. Waar justitie er ongelooflijk naast zat.
Persoonlijk lijkt het mij een vreselijk beroep, strafpleiter. In de zin dat het verdedigen van iemands acties volledig tegen je gevoel in druist. Maar bij strafpleiters zal het gevoel van rechtvaardigheid waarschijnlijk overheersen. Dat elk mens het recht heeft zich te mogen verdedigen. Proberen iemand vrij te pleiten waarvan je misschien dondersgoed weet dat diegene allesbehalve onschuldig is. Of proberen om strafvermindering te krijgen voor je cliënt.

Als de toenmalige advocaat van Michael P. zich er niet zo in had vastgebeten, had hij zijn straf niet van 16 jaar naar 11 jaar zien slinken. Dan had hij nu nog niet af en toe vrij rond kunnen lopen. En hadden wij nooit van Anne Faber gehoord. Dan had ze Nederland nooit zo lang in haar greep gehouden. En was ze vandaag, 12 oktober 2017, niet de opening van elk journaal geweest.

Maar dat was ze wel. Want vandaag is ze gevonden. Althans, haar ontzielde lichaam. Omdat iemand voor haar heeft beslist dat ze maar 25 jaar mocht worden.

Ik dacht meteen terug aan Farida. Ze woonde hier niet ver vandaan. Haar moordenaar trouwens ook niet. En de plek waar ze uiteindelijk is gevonden, net zoals Anne vandaag ook op aanwijzing van de klootzak die haar het leven ontnam, ook niet. Sterker nog: daar loop ik weleens met de hond. Of ik fiets er. Of ik kom erlangs tijdens het hardlopen.

En nu weet ik eigenlijk niet zo goed meer of ik dat soort dingen nog wel moet doen. Of kan doen. Hoe lang moeten meisjes en vrouwen dit soort plekken mijden? Of erger nog: hoe lang moeten wij nadenken over elke stap die we alleen op straat willen zetten? Waar slaat dit op?

Ik dacht ook terug aan Ruben en Julian. Of Ruub en Juul, zoals hun moeder ze liefkozend noemde. Het monster dat deze knulletjes mee de dood in trok, was notabene hun eigen vader.

Dit verhaal, en al die andere verhalen, kent alleen maar verliezers. Vooral de nabestaanden van Anne.
En bij mij roept het vragen op. Geen vragen waar het misging. Geen vragen over ons rechtssysteem, dat toch wel enige hiaten kent. Nee, bij mij leven andere vragen:

Hoe zouden de nabestaanden van Ruub en Juul zich vandaag hebben gevoeld?
Hoe zouden de nabestaanden van Farida zich vandaag hebben gevoeld?
Hoe voelen de familieleden van Michael P. zich vandaag?
Wie is de volgende?

Maar vooral: hoe zouden zijn strafpleiter* en een heleboel andere mensen die ook maar iets met de strafvermindering en tijdelijke vrijlating van Michael P. te maken hebben, vannacht slapen?

(*Natuurlijk zou het makkelijk zijn om hier de naam van de advocaat te noemen. Ik doe dat niet, want ik vind het niet relevant.)