Archief | mei, 2017

Papa

20 mei

Ken je dat liedje, van Stef Bos? Heb jij dat überhaupt nog meegemaakt? Oh jawel; het is uit 1990. Het was niet jouw muziek. Ook niet mijn muziek trouwens. Erger nog: ik vind het een kutnummer. Nu heb ik sowieso al geen reet met Nederlandstalige muziek. Maar goed, ik vond het dus al een klotenummer, maar sinds jij er niet meer bent, zap ik het consequent weg. Niet zozeer vanwege het nummer, maar gewoon. Omdat. Omdat ik anders ga huilen.
Net als bij de titelmuziek van Sil de Strandjutter. Dat vind ik dan weer wel mooi, maar na jouw overlijden werd het “mijn” nummer voor jouw begrafenis. Daarna nooit meer gehoord, op één keer na. Ik wilde het op ma haar begrafenis ook gespeeld hebben. Dat hoorde nu eenmaal zo, op één of andere manier. Wederom op mijn verzoek. Maar los van die ene keer: nooit meer gehoord. Ik heb de complete dvd-serie thuis liggen, nog in het cellofaan. Maar ik durf het niet te kijken, omdat ik dan die muziek weer hoor. En ik kan de melodie zo in m’n hoofd oproepen hoor: hij staat voor altijd op m’n harde schijf. Maar als ik het doe, gaat het mis. Dan zet ik ‘m af. En dan is het al te laat.

Wanneer iemand mij vertelde dat diegene al “zoveel jaar” een ouder kwijt was dacht ik altijd: “ja… gut… tien jaar. Twaalf jaar. Dertig jaar… Rot. Maar ja… het is al zo lang geleden…”

En dan hoor ik mezelf ineens zeggen dat het “alweer 15 jaar geleden is dat m’n vader overleed”.
En dat komt aan.

Want het lijkt helemaal nog niet zo lang. Het is nog steeds alsof het gisteren was. Ik weet alles nog: het was op een maandagochtend, Tweede Pinksterdag, rond een uur of negen… Ik weet nog welk T-shirt ik aanhad, hoe kalm ma en ik reageerden, dat we allebei wel wisten dat je er niet meer was en dat we heel rustig hebben gewacht op de ambulance, die ik beneden opgevangen heb omdat ze verderop naar ons huisnummer zochten. Dat ik nog wel had willen reanimeren, maar dat ik op dat moment geen idee meer had hoe dat moest. Dat ik daarvoor sorry zei tegen ma, die het helemaal begreep. En hoe opgelucht ik was te horen dat je op dat moment al echt overleden was. Ik had mezelf nooit meer recht in de spiegel aan kunnen kijken als het anders was geweest. Dat ik naar de gang liep om het zuurstofapparaat waar je ’s nachts de minimale hoeveelheid zuurstof kreeg na je longontsteking een paar maanden ervoor, uitzette. En vooral ook hoe het voelde toen ik dat groene knopje met dat lampje erin omzette, alsof ik je je laatste beetje lucht ontnam. Geen gebrom meer van dat apparaat. Stilte. Dat we, nadat de ambulancebroeders waren vertrokken, met de uitdraai van jouw zojuist gemaakte hartfilmje in onze handen naast je bed stonden. Eén lange streep op een stukje thermisch papier met ruitjes. Waar iedereen op dat moment was, dat ik pas brak toen ik m’n broer moest inlichten, dat m’n beste vriendin mijn zus ging halen, dat ik op de bank zat en dacht: “ik moet gaan handelen”, dat ik opstond om je adresboekje te pakken en dat ik aan tafel ging zitten om een lijst voor de rouwkaarten samen te stellen, wat we die avond gegeten hebben en dat het wonderwel best smaakte en dat we helemaal niet in de gaten hadden dat dat kwam doordat we vanaf die ochtend eigenlijk nog niets hadden gegeten.
Dat we, puur uit nervositeit, een geintje maakten toen de begrafenisondernemer vroeg of je favoriete muziek had en dat we in koor zeiden: “ja, dat had ie wel, maar dat zeggen we niet!” Jij had daar ook smakelijk om moeten lachen. Kon jou het schelen verder…
En dat het ineens drie uur ’s nachts was en we beseften dat die vijf minuten vandaag eigenlijk achttien uren bleken te zijn.

Wanneer iemand mij wel eens vertelde dat diegene al “zoveel jaar” een ouder kwijt was dacht ik ook altijd: “Tien jaar? Twaalf jaar? Dertig jaar? Jezus… hoe overleef je dat? Dat je al zo lang iemand moet missen?” Het gekke is, je overleeft het ook. Letterlijk en figuurlijk. Je moet wel, anders kun je er zelf ook wel mee stoppen. Wij gingen door. Ik ging door. Maandag ben je overleden, vrijdag werd je begraven, zaterdag snipperdag, maandag vrij en dinsdag weer aan de slag op de zaak. Zo snel mogelijk weer het normale leven in.

Af en toe zou ik jou en ma wel eens een update willen geven: “Ik heb vorig jaar aan een touwtje aan de Euromast gehangen! Ik heb een boek geschreven! Ik ben bezig m’n motorrijbewijs te halen! Ik heb m’n uitvaartpapiertje gehaald!” Daar zou jij helemaal van opkijken, want die interesse kwam pas na jouw begrafenis. Kon ik het je nog maar allemaal vertellen. Jij zou zeggen hoe trots je zou zijn op mij en op ons allemaal. Alhoewel… je was het wel, maar je zei het nooit. Ik zou je vertellen hoe gaaf ik het vond dat mijn vader wel mooi effe die brugwachter was die iedereen van de brug af moest sturen als Sinterklaas de haven in moest en dat ik mee mocht helpen met het sluiten van de hekken en als enige kind in Vlaardingen nog wel op die brug stond. En ik zou je vertellen hoe trots ik zou zijn op jouw Terschellinger genen en dat die nog steeds heel erg aanwezig zijn in mij. Gewoon, dat soort dingen. Maar ja… dat gaat niet meer.

En dan ineens kom je erachter dat het 2017 is en realiseer je je dat die ene dag, die dag sinds je overlijden gisteren, toch echt al vijftien jaar blijkt te zijn…

Pa