Archief | augustus, 2015

#WOEST

28 aug

Gisteren was een rare dag. Ik werkte maar een halve dag, maar zelfs die halve dag was raar. Heel veel volk over de vloer met een kort lontje of erger: geen lontje. Mijn collega´s en ik vielen van de ene verbazing in de andere verbazing. Een voorbeeldje. Het regende. Komt er een klant binnen, zelf werkzaam in een winkel (of haar hobby is rondlopen in bedrijfskleding van een supermarktketen). Ze gooit haar spullen op de balie en zegt (volume: te hoog) “Nou, ik denk: je hep wel paraplu’s! Maar nee!” “Goedemiddag. Paraplu’s?” Ik draai mijn hoofd naar rechts en zie daar een standaard vol met paraplu’s staan in vele kleuren, soorten en maten. “Nou, als u daar kijkt…” Ze volgt mijn blik. “Dus ja”, zeg ik. “Wèl paraplu’s.” Stil. “Oh.” Ik neem aan dat ze een paraplu nodig heeft, dus ik heb het lef om de volgende vraag te stellen: “Dus u wilt er nog een paraplu bij?” (Lijkt mij een redelijk logische vraag.) Wat denk je dat ze antwoordt? “Nee!!!” Huh??? Waarom sta je je dan zo druk te maken over paraplu’s die we wel hebben??? Dit was er maar één. En dit was nog één van de meest vriendelijke. Maar in een uur of vier tijd hadden we er zo een stuk of twaalf. Dan denk je echt dat je gek wordt. Maar goed, we blijven vriendelijk lachen, want ja… de klant is koning.

Vandaag begon ie beter, de dag. Maar toch… al snel ook nu weer dit soort klanten. Na de koffiepauze zeg ik tegen m’n collega dat ik het één en ander vandaag eens ga bijhouden, want ik zie er wel een leuk schrijfsel in. Dat leuke schrijfsel komt er nog wel eens, maar vanmiddag ben ik gestopt met noteren. Ik heb pauze en de bel voor assistentie gaat. Ik kauw m’n hapje brood weg en loop de winkel in. Op de toonbank ligt een vuilniszak. Ik ben benieuwd… In de vuilniszak zit een kapotte friteuse van 22 euro. Hij is kapot en meneer komt ermee terug. Geen probleem, normaal gesproken. Maar er is wel een probleem. Twee problemen eigenlijk. Eén: meneer heeft geen bon meer (want wij zouden gezegd hebben dat die die niet hoeft te bewaren. Dat zeggen wij dus echt nooit. En later was het verhaal ineens dat ie in een verhuizing zat. Dat is overigens het meestgebruikte excuus.) en probleem nummer twee: de friteuse was te goor om aan te pakken. Onder het vet. En dan kunnen en mogen wij het artikel niet innemen ter reparatie. Nou… dat was tegen het zere been. We bieden nog aan om met het afschrift van een pinafrekening te komen in plaats van de bon, maar nee: “JIJ MOET het NU oplossen!” en “JIJ moet NU in het systeem de bon zoeken en dan begin je netjes op 1 januari te zoeken totdat je mijn aankoop gevonden hep!” Om te beginnen moet ik helemaal niets en al helemaal niet op deze manier. Ik vertel hem dat het bewaren van de bon (of welk bewijs van betaling dan ook) de verantwoordelijkheid van de klant is en niet van ons. Dat was niet waar. Dat was afschuiven. En toen schreeuwde hij: “Ik blijf hier staan tot het opgelost is!!!” “Nou, dan kunt u tot halfzes blijven staan…” Was ook niet goed… Nou goed, om een heel lang verhaal kort te maken: hij is tot drie keer toe vloekend en schreeuwend teruggekomen de winkel in en daarbij vlogen de ziektes in het rond. Toen ik voor de derde keer het woord (sorry) kankerzooi hoorde, zei ik daar iets van. Ik heb daar een vreselijke hekel aan als iemand dat woord gebruikt. Nòg kwader natuurlijk. Toen ie de winkel verliet, schreeuwde ie het volgende naar me toe: “STERF!” Ik geloofde m’n eigen oren niet. “Dat hoop ik niet”, kon ik niet laten te zeggen. Dat hoorde meneer. Hij stond al buiten, liep een meter terug richting de deur en schreeuwde: “Dat hoop ik wel!”

Chapeau!

Klanten waren verbijsterd. Ik ook, maar het kwam pas later aan. Die middag heb ik m’n collega’s in de omliggende filialen op de hoogte gesteld, zodat ze wisten wat voor een figuur er rondliep, voordat ie bij één van hen binnen zou komen lopen, en in welke staat. Ook meteen het hoofdkantoor gebeld. Ik had correct gehandeld en ze waren blij dat ik het had gemeld. En toen belde ik m’n vriendje. Of ie rond sluitingstijd even bij ons winkeltje kon komen staan. Want ik ben niet bang uitgevallen, maar ja… wat doet zo’n gek als ie weet wanneer je naar huis gaat? Ik heb in die 22 jaar al een hoop meegemaakt. Maar dat iemand je dood wenst, dat hakt er wel effe in hoor. Want geloof het of niet, zelfs winkelmedewerkers zijn maar mensen… al denkt men daar soms heel anders over.

Gelukkig was er (voor het incident) een oudere man die zo blij was met mijn hulp, dat ie me een handje gaf voordat ie de winkel verliet. Kijk, dáár doen we het voor! Niet voor die ene volslagen gek, die even alle grond onder je voeten vandaan slaat…