B&B Vol Liefde, week 2: Bon Apetiet!!!

23 jul

Hehe, we krijgen eindelijk de laatste B&B eigenaar te zien: Jacob. Hij is 60, zit al sinds 1986 in Portugal, heeft een joekeloeris van een B&B met tennisbaan en een zwembad waar je u tegen zegt. En Jacob krijgt dankzij corona meteen 4 vrouwen voor z’n kiezen c.q. om z’n oren, want ze arriveren allemaal tegelijk. Als eerste komt Monica (56) de trap naar de tuin aflopen. “Jij bent het yogameisje!”, roept Jacob uit. Ideaal! Soms hoef je als schrijver niet eens je best te doen om een bijnaam te verzinnen. Yogameisje heeft een cadeautje voor haar gastheer meegenomen: een kweekset met eetbare bloemen. Ik heb nog nooit iemand zo ongemakkelijk zien kijken naar wat ie nu weer in z’n handen geduwd kreeg. Toen alle dames de showtrap waren afgedaald, volgde er eerst een ontbijtje, gemaakt door het enige personeelslid: de Roemeense kokkin Marianne. So far, so good. Totdat Marianne na het eten even gaat pauzeren. Bij het zwembad. In bikini. En die bikini zit om een redelijk strak lijf. Tja, en wat krijg je dan??? Gezeik. Zet een paar vrouwen bij elkaar en je krijgt geheid gezeik. Als ze in bikini naar het zwembad rent, sneert Jenny (53): “Zwaar leven zo. Vervelend.” Jacob wil graag de B&B laten zien, maar de dames vinden dat de tafel eerst moet worden opgeruimd. Wanneer de heer des huizes zegt dat er ook personeel loopt dat nu even ligt te pauzeren, zegt één van de ladies: “Ja.. dat moet je ook bijhouden…” “Ja, die moet ook even een half uur pauze”, legt Jacob uit. “Ja, tuurlijk!”, beaamt Jenny. Maar even later wanneer ze alleen voor de camera staat zegt diezelfde Jenny dat ze het niet vindt kunnen dat zij daar na het ontbijt gaat liggen. Ach, misschien was ze pas sinds vanmorgen 5 uur in touw?
Daarna volgt dan eindelijk de rondleiding van een uurtje of 4 door de B&B, terwijl de dames alleen maar een kamer willen uitzoeken zodat ze hun bagage kwijt kunnen, zich kunnen opfrissen en omkleden en dus verdelen ze snel de kamers maar even terwijl Jacob staat te bellen.
De volgende ochtend wordt er eerst gesport: eerst een yogasessie met Monica en daarna op de tennisbaan aan de Pilates onder leiding van Anita. Jacob zegt heel erg sportief te zijn, maar kan de dames niet bijhouden. Hij klaagt dat zijn blessures niet worden gerespecteerd, ik noem dat niet kunnen aanvoelen tot hoever je kunt gaan. Hij mauwt nog harder dan al z’n katten bij elkaar. Na de “groupsmoothie” zijn de dames het zat en pakken ze de groezelige keuken aan, samen met Marianne die haar bedrijfskleding weer aan heeft: haar bikini. Maar Marianne is geen gevaar: dat zit ‘m in die vier vrouwen. Hij voelt zich een beetje buitengesloten en gaat ervoor zorgen dat ie zich minder met z’n telefoon en meer met de dames gaat bezighouden. En hoe leuk: die hebben inmiddels al een schoonmaakschema in hun hoofd. Lachen joh!

Bij Prinses Roxanne begint iedereen de dag sportief: Theun wandelt, Mitch heft gewicht (2 jerrycans aan een bezemsteel) en de Prinses herself doet iets met haar benen en armen in de lucht op een yogamat. Niet tegelijk overigens, want dan gaat ze op haar plaat. Vandaag zullen de lakeien aan de bak moeten in de stacaravan. “Iemand moet even naar de bouwmarkt. En het lijkt mij het beste dat Mitch dat  gaat doen, want dan ga ik met Theun even aan de koffie.” En zo geschiedde. Mitch komt terug en gaat meteen maar aan de slag in de caravan. Als Theun en de Prinses erbij komen, “eist” Mitch ook wat qualitytime met de Prinses, dus hij stelt voor om morgen te gaan wandelen met haar en haar langharige rat. “Leuk!”, zegt ze. Boring, denkt ze. En dat zie je helemaal niet aan heur gezicht verder. Maar later in de week gaat ze Mitch toch leuker vinden dan Theun. Het kan verkeren hè? Op de valreep krijgen we nog een lesje Brabants veur beginners, want zo lezen we op een weckpot dat havermout in het Brabants blijkbaar Oat Flakes heet en dat de hond Pumpkin wordt genoemd. Ik vind het overigens gewoon nog steeds een langharige rat.
Overigens: de Prinses was al eerder op tv. In Steenrijk, Straatarm. Zij was vast niet die bijstandsmoeder, met een weekbudget van dik 1300 euries…

In Salerno heeft Deb weer iets gevonden om over te ouwenelen wanneer ze Marvel een ontbijtje gaat brengen. “Ik dacht dat hij zich wel aangekleed zou hebben…” Nou kan het aan mij liggen hoor, maar ik zag Marvin echt de deur open doen in een zwarte broek en een wit t-shirt. Nou goed, zij zag in elk geval twee armen vol tattoos vanwege een t-shirt met korte mouwen. FOUT! Even later zitten ze “gezellig” samen te ontbijten. Merval probeert een gesprek op gang te brengen en informeert of Deb van het zoet of het zout is. Deb geeft aan meer van de hartige hap te zijn. “Dus liever een broodje kaas dan een broodje Nutella?” Weer fout. “Nou, geen broodje kaas hoor. Croissant met kaas dan.” Mijn God… Arm jong. Deb zegt niet warm of koud te worden van zo’n vraag, omdat dat geen vragen zijn waardoor je elkaar leert kennen. Nee muts, dat heet smalltalk! Mirvan bedenkt dat het leuk is als hij een romantisch terrasje gaat zoeken zodat ze elkaar daar later wat beter kunnen leren kennen. Hij bekent wel kriebels te voelen voor Deb. Ik ook, maar dan ergens ter hoogte van m’n nekharen. In de middag wordt meneer aan het werk gezet: er moet een stellingkast in elkaar geflanst worden. Menval gaat snel aan de slag. Dan komt Deb een vraag stellen waar je elkaar echt van leert kennen: “Hou je een beetje van klussen?” Nee, dat zegt veel over iemands persoonlijkheid.
En dan gaat de bel. Deb schrikt zich het leplazerus als de 28-jarige Pascal voor de deur staat. Had ze niet verwacht en nu heeft ze geen tijd om zichzelf toonbaar te maken. Kweenie, maar als er een cameraploeg door mijn huis zou lopen, zou ik zelfs nog toonbaar onder de douche staan. Pascal heeft gezellig z’n Playstation bij zich. Ach, het blijven kinderen hè? Na het uitpakken gaat ie op zoek naar Deb en komt dan Lemvan tegen die nog steeds met de kast aan het stoeien is. Pascal stelt zich niet voor; denkt waarschijnlijk dat hij zojuist de klusjesman tegen het lijf liep. En het is geen verrassing dat Deb die avond niet met Marvan gezellig op een terrasje wilde gaan zitten. Joh…
De volgende dag gaat ze wel een ijsje eten met Pascal. Ondertussen doet Merwil z’n best om de keuken aan kant te maken. Als ze thuiskomen, vraagt Deb: “Heb je geslapen?” Man, als je nog geen apneu hebt, dan krijg je het wel van haar manier van communiceren. Wanneer Deb haar plannen voor de avond deelt, pakt Marven z’n kans stelt voor de uitgestelde date van gisteravond te doen. Daar moet Deb even over nadenken. Vijf minuutjes. Op haar kamer. Want het loopt met Milvan een beetje stroef, vindt ze. Eigenlijk vindt ze hem niks, dus is haar antwoord: “Ja, laten we het doen!” Wait, what??? Goed, op naar het restaurant voor een drankje met een kaartspel om elkaar beter te leren kennen. Dat vindt Deb natuurlijk ook niks, dus doet ze fijn met Mirwan mee. Ik. Snap. Dat. Mens. Niet. En het kan aan mij liggen, maar ik vind haar ook steeds enger worden. Die jongens hebben het samen dan weer heel gezellig, zelfs na een openbare trainingssessie van personal beul, ehhh…trainer Pascal. Misschien heeft Pascal nog tips voor Deb over hoe ze haar kin weer terug op z’n plek kan trainen, want volgens mij is die in de loop der jaren op haar neus gaan zitten, maar dit terzijde.
Deb zet de mannen nog even aan het werk terwijl zij nog wat facturen de deur uit gooit. Daarna is het tijd voor iets leuks. Minvel ziet het helemaal zitten en staat na de klusjes als een blije pup te wachten tot de baas klaar is. Alleen heeft zij andere plannen: ze wil met Pascal daten en geeft Mervil een takenlijstje dat hij nog even moet gaan uitvoeren. Hij lacht als een boer met kiespijn en krijgt het idee dat Deb een klusjesman zoekt. En terwijl Deb en Pascal lekker op een terrasje zitten, zwoegt Assepoester door. Deb vindt Mevlan na thuiskomst wel erg stil. “Ik weet niet wat er in hem omgaat…”  Persoonlijk denk ik een paar liter bloed. Maar goed, Deb dus niet. Hallo-oooo??? Oogkleppies af, antennetjes uit, Debbebep. “Kijk, hij wil natuurlijk graag in Italië wonen en ziet mij als de perfecte vrouw, maar ik kan me voorstellen als je op een locatie komt die niet is zoals je dacht, dat dat dan een domper is.” Whuuuuuut??? Dat mens snapt het echt niet hè? Maar gelukkig daalt ook Pascal weer in haar achting als de heren als verrassing het verkeerde eten meenemen. “Wok??? Dat is niet m’n eerste keuze, want er is hier in Zuid-Italië zoooooveel lekkers te krijgen…” Melvin, jongen… RUN!!! Die Pascal ziet ze wel zitten, dus wegwezen daar!!! En rapido een beetje!!!

In Oostenrijk neemt Caroline haar twee mannen mee naar een stukje gras, want ook in Oostenrijk wordt er aan Pilates gedaan. Even testen hoe sportief ze zijn. Nico zet zichzelf meteen buitenspel als hij zegt dat hij Pilates iets zweverigs vindt. Niek, jongen… je buikspieren zeggen morgenochtend iets heel anders hoor, don’t worry. Als Caroline Nico nog een tip wil geven, zegt hij: “Ja, meisje?” Over m’n nekharen gesproken… Conclusie van Caro: Nico is de klusser, Eric de sportman.
Het is tijd voor test nummer twee: kunnen de heren samen een picknickmand voor de gasten samenstellen? Terwijl de mannen naar het dorp gaan, gaat Caroline even samen met Rausje stoom afblazen in de plaatselijke kapel. Nico denkt ondertussen aan streekproducten en doet in de plaatselijke streekproductenwinkel het woord. Eric komt er niet tussen totdat het tijd wordt de schnapps aan de picknick toe te voegen. En laat dat nou toevallig nèt de favoriete smaak van Caroline zijn. “Lekker hè Rausje?”. Alle moeite blijkt uiteindelijk voor niks, want zij had de mand iets verfijnder gemaakt. Tuurlijk. De waarde van deze mand rijst nu al de pan uit, dus de kans dat deze wordt gemaakt voor de gasten, acht Caroline zeer klein. Hoe makkelijk zou het zijn om gewoon vooraf even een budget af te spreken? Het is al snel tijd voor de volgende test: wie kan er het best hout hakken? Nico zou het liefst de bijl tussen de schouderbladen van Eric zetten, maar krijgt daar de kans niet voor, want mooiboy Marc (52) komt al aangereden om zich bij het gezelschap aan te sluiten. Nico denkt hardop: “Kut, weer één!”, terwijl Eric denkt dat het de verzekeringsagent is. Marc looooooves klussen en en haat rommel, dus dat is voor Caroline perfect natuurlijk. Nico ziet het toch niet zo somber in, want hij “is” volgens eigen zeggen houthakken en hij voelt dat Caroline dat waardeert, dus is het een match. Totdat we in een wedstrijdje wie-kan-het-verst-pissen-met-losse-handen terechtkomen. Marc is wel eens op de Mount Everest geweest. Eric ook. Nico niet en sneert dat Eric overal is geweest waar een ander ook is geweest. “Nou, het doet me niks hoor, dat ik niet op de Mount Everest ben geweest! Ik ben op de fiets op de Mount Ehhhhhh… hoe heet ie ook alweer? Die kale berg in Frankrijk…” DE MONT VENTOU-HOUX!!! “…op de Mont Ventoux geweest. Dus…” Ik ook. Met de auto. Stuk makkelijker. Ga je bijl slijpen, man.

En bij Vincent in Italië? Mwah… z’n gangetje. Monique loopt in de B&B te klussen en in te richten alsof ze dat al jaren doet en de eerste proefgasten, twee vrienden van Vincent, arriveren in de B&B. De volgende ochtend zijn ze proefkonijn voor het ontbijt. Dat je in Italië eet van authentiek Boerenbontservies. Die Vincent en Monique zijn inmiddels al een leuk team samen. Kon best wel eens wat worden, die twee…

In Saint-Misère, waar er in een dronken bui door Rox en Bert is geknuffeld, gekletst en verder niks is gebeurd (alsof iemand dat al uitgebreid op tv zou gaan vertellen…), sneert Rox er weer lekker op los naar en over Ysolde. “Ze is gisteravond weer niet tot het eind gebleven. Ze kan niet meegaan in onze gesprekken; ze mist de connectie.” Om Ys lekker te laten connecten met Bert, zet Rox koffie en duwt ze dat bij Ysolde in haar knuisten. “Zo, maak jij ‘m maar wakker. Ik heb ‘m in slaap gekregen!” En terwijl Ysolde kijkt hoe Bert in z’n bed ligt, kruipt Rox er gelijk maar naast. Zelfs Bert weet niet wat er gebeurt: “Jij hebt wel lef in je donder hoor!”
Even later komt dame nummer drie het erf opgelopen: Annemarie (57), die door vrienden is uitgekozen omdat ze zo lekker direct is. Sjeeezes, nog zo één!!! Dat overleeft Ys niet hoor. “Bonsjoer!”, schalt ze. En Bert stelt zich nog nèt niet voor als Bert de Dorpshork. Hij gaat wel naarstig op zoek naar een fles thinner, omdat ie niet zo van lippenstift houdt. En laat Annemarie daar nou niet vies van zijn. Sterker nog: mocht het licht uitvallen in Saint-Misère… Nou ja, laat ook maar.
Het welkomstmaal bestaat uit onder andere zelfgemaakte eiersalade. Niet van Johma, maar van Bert. En dus heeft Rox daar weer commentaar op, want hij smaakt anders dan thuis. Ja! M’n neus ook! Bert gaat hardop even alle ingrediënten langs. Eén van die ingrediënten is Fromage Blanc. Rox informeert even of Annemarie het allemaal wel begrijpt. “Fromage Blanc. Dat snap je wel, toch?” Maar vooralsnog krijgt ze op Annemarie nog niet veel vat. Dan gaan de pijlen maar weer op Ysolde. Nou ben ik geen lichaamstaalexpert, maar ze zit er ook bij als een geslagen hond. Laat aan tafel haar kop hangen en zit constant met een kromme rug, alsof ze het liefst onder de tafel wil kruipen. Als er dan een geintje wordt gemaakt dat diegene die het vroegst naar bed gaat een enkeltje Nederland krijgt, merkt Rox fijntjes op: “Nou, dan weten we wel wie er naar huis gaat!” Tijdens het eten van een ganzenhamburger roept Annemarie “Bon Apetiet!” (Wat hebben apentieten nou weer met ganzenvlees te maken?) en slaat Rox opnieuw toe wanneer er plannen worden gemaakt om de volgende dag met de auto weg te gaan. Annemarie zegt dat ze best wil rijden, dus zegt Rox tegen Ysolde: “Dan moet jij weer achterin!” “Hoezo?”, vraag Ys. “Omdat ik dat zeg nu.” “Oh, zeg je dat? Nou, okee…” En terwijl we Rox en Bert achtereenvolgens in de sauna en het zwembad zien (was Bert nou naakt???), zit Ysolde zielig op een bankje voor zich uit te mijmeren. Ze voelt geen klik, dus… Op het moment dat ik denk dat ze gaat zeggen dat ze haar biezen pakt, zegt ze dat ze er nog een nachtje over gaat slapen. Meiiiiiiidddd… ga toch naar huis. Kun je ook weer gewoon rechtop gaan lopen.
De volgende ochtend zit Ys er weer als een dood vogeltje bij en tijdens de afwas verlost Rox Ysolde uit haar lijden en trekt hoogstpersoonlijk het hoge woord er bij Ys uit dat ze naar huis gaat. En meteen zag je opluchting. Totdat ze naar Bert ging om het te vertellen. Weer die hangende schouders. Bert snapt het en zegt dat Ysolde nog niet rijp is voor een relatie. “Dat zijn jouw woorden…”, zegt ze. Nee, het wordt er niet hartelijker op. Van de meiden krijgt ze wel een (voor Saint-Misèrese begrippen) warm afscheid, maar van de Dorpshork hoeft ze dat niet te verwachten. Zelfs niet als Rox er dan maar om vraagt: “Knuffeltje misschien?” Neuh. Werd gewoon een elleboogje. En met het vertrek van Ys uit  het dorp, wordt het ineens tòch een tikkie gezelliger in Saint-Misère.

B&B Vol liefde

18 jul

Woensdagavond. Ik zit in een Whatsappgesprek met een paar vriendinnen als één van hen me attendeert op dat nieuwe programma op RTL4, dat sinds de maandag ervoor onze huiskamers binnenstroomt: B&B vol liefde. Een soort Boer Zoekt Vrouw, maar dan zonder de kleipoten.
Ik wilde er eigenlijk niet aan beginnen, maar ja… dan word je toch nieuwsgierig.
Concept: vrijgezel, in bezit van B&B, zoekt levenspartner. Twee zelf uit te kiezen, twee door vrienden en/of familie uit te kiezen. Dat laatste dus nooit hè, maar dit terzijde. Genoeg te zien in elk geval: we krijgen vier afleveringen per week voor onze kiezen. Nou… daar gaan we dan maar weer hè?

Laten we eens beginnen in Italië. Daar woont voormalig jongerenwerker Vincent van 33. Hij woont samen met Kaya, een husky, in een soort opknapproject. Laten we zeggen dat deze B&B in een programma als Ik Vertrek niet zou misstaan. Lees: er moet nog wel het één en ander gebeuren in die toko, maar hij ziet het helemaal zitten. Waar een ander zou denken: poeh, er is nog best veel te doen voordat de eerste gasten komen, is het volgens hem is een kwestie van een likje verf hier en daar en wat spullen op z’n plek zetten. Z’n eerste logeetje is de 30-jarige Monique. Nou kan ik hier wel een heel verhaal gaan zitten vertellen, maar eigenlijk komt het erop neer dat Vincent Monique eerst Italiaanse cultuur laat opsnuiven: in een Italiaanse bouwmarkt. Daarna wordt ze met een verfroller in haar knuisten in een kamer neergezet. Monique, meid: welkom in Chateau Meiland 2.0.
De verfroller gaat alleen even aan de kant als de concurrentie arriveert: de 26-jarige Jessy, die verwacht in een gespreid B&B-bedje terecht te komen. NOT!
Na een eerste slechte nacht en een telefonisch consult met een vriendin (“Ja, nee, hij is echt keileuk, maar…”) zit ze aan tafel met een gezicht als een oorwurm èn met lange tanden te kauwen op een lepel yoghurt. Kan dat? Ja, zij kan dat. Ondertussen vuurt Vincent de ene enthousiaste vraag na de andere enthousiaste vraag op Jessy af. “Hou je een beetje van klussen en verven enzo?” Jessy geeft politiek correcte antwoorden. Maar tijdens het vervolg van de rondleiding (die de avond ervoor stopte omdat het licht het nog niet overal deed) dropt ze het bommetje toch maar even: ze gaat naar huis. “Het ligt niet aan jou, maar aan je B&B.” Zoiets. Ze neemt afscheid van Monique die in haar kluskloffie weer met een verfkwast in haar knuisten staat.


Hoe anders is het in Frankrijk? In Saint-Misère (Saint-Seine, maar Saint-Misère is toepasselijker. Trust me), een klein dorpje in de Bourgogne, wonen Bert (59) en hond Sloerie. Sloerie heet waarschijnlijk gewoon Joery. Alleen Bert spreekt het uit als Sloerie, maar dan met een j. Bert vindt zichzelf een leuke vent, want: “ik heb humor en ik ben van de dubbelzinnige opmerkingen.” Psssst, Bert… Kijk, ik kan natuurlijk niet voor de gehele vrouwelijke wereldbevolking spreken, maar voor de meeste exemplaren geldt dat dubbelzinnige opmerkingen vrij snel gaan vervelen. Eigenlijk na één opmerking al. En soms zelfs al daarvoor. Dus. Doe er je voordeel mee. Oh ja, Bert vindt zichzelf ook lief. Ik vind Bert vooral een beetje bokkig.
Bokkige Bert houdt wel van mondige vrouwen. Romana van 51 voldoet aardig aan die omschrijving. Na een kleine omzwerving (in een dorpje van 300 bewoners krijgt ze het voor elkaar om bij een oud vrouwtje de tuin in te stappen), komt ze aan bij Bokkige Bert en Sloerie. Net op tijd, want Bokkige Bert werd al ongeduldig, omdat de Formule-1 op punt van beginnen stond. Ja en dan moet de potentiële liefde van je leven gewoon even wachten. De eerste kennismaking vindt dus plaats in de tuin van Bokkige Bert en als het aan hem ligt, blijven ze ook daar. Haal dat mens binnen, man! Romana lost dat op door fijntjes op te merken dat ze dorst heeft. En niet in koffie. Nee, Romana hangt niet van subtiliteit aan elkaar. “Bert? Ik heb geen kast op m’n kamer!” Daar doet Bokkige Bert dus niet aan. Plankjes zijn genoeg. “Draai je nooit muziek?”, vraagt ze even later. Nee dus. “Hmmm, ook al niet…” Even later zitten ze toch gezellig even samen een bakkie te doen. Mèt zelfgebakken perentaart. Wordt het toch nog gezell… “Ik proef ‘m niet. Zit geen suiker in!”, aldus Romana. Bam. Best een leuk stel samen…
Gelukkig arriveert Ysolde de volgende dag. Wordt het vast iets luchtiger allemaal. Bokkige Bert besluit z’n perentaart-experiment voort te zetten met de nieuwe logé als proefkonijn. Die vindt de taart natuurlijk heerlijk. En oh, wonder: Romana proeft vandaag de suiker ineens wel. Ysolde heeft een cadeautje voor Bokkige Bert meegenomen waar hij als een eersteklas hork op reageert terwijl Romana er met een nurkse kop bij zit. Manmanman, wat ongemakkelijk allemaal.
Maar het kan nog veel erger: er wordt gekibbeld over wie er wat wanneer en waarom gaat koken, Romana laat merken dat ze echt niet van plan is om heel veel haar handen te laten wapperen tijdens haar verblijf en er wordt wat gebabbeld over botox. Romana is voor, Ysolde heeft zich er nog niet in verdiept. “Dat zou ik toch maar eens gaan doen”, zegt Romana. Duuuuuuuuuuusss…
Wanneer de camera’s uit zijn, gaat het blijkbaar helemaal los: Ysolde hangt de Apostolische kerk aan en wanneer Bokkige Bert dat vergelijkt met een sekte, zegt Ysolde meerdere keren dat ze naar huis gaat. Maar ja… ze gaat niet, ook zegt Bokkige Bert dat ze dan maar gewoon moet gaan. Hij is haar zat. Ik denk dat dat geheel wederzijds is. De volgende dag eten ze bij Franse vrienden: niet gezellig. De dag erna wordt er gewerkt in de tuin en neemt Romana na afloop een biertje wat dan weer wordt afgekeurd door Ysolde. “Nee hoor, ik vind het veeeel te vroeg voor bier. Ik ben trouwens toch niet zo van het bier. Ik neem lekker een munttheetje. Hier lag ook nog ergens gember hè? Heeeeerlijk!” In een ultieme poging om de gezelligheid een beetje te bevorderen besluit Bokkige Bert dat de dames maar mee moeten naar een bistro van Nederlandse vrienden. Supergezellige tent ook: tuinmeubilair, spaanplaten muren, vast ook nog TL-verlichting, zelfbediening (en dus regelt Romana dat Bokkige Bert bedient) en de eigenaars eten mee. Wel aan een ander tafeltje want tja, corona.
In de tuin wordt Ysolde als heks op de brandstapel gegooid. Nou ja, de vonken van de vuurkorf komen op haar panty. “Ja, het is ook synthetisch als de pest, wat je aan hebt!”, roept Romana. Binnen wordt het er niet beter op als Bokkige Bert de ladies een drankje wil aanbieden. Ysolde reageert als eerste en dat is Bokkige Bert niet gewend, dus vraagt hij het haar nog een keer, in de overtuiging dat Romana als eerste had geantwoord. Ysolde reageert uiterst gepikeerd: “Ik lust wel een wijntje, zei ik.” “Oh, zei jij dat?”, merkte Bokkige Bert verbaasd op. “Ja!!! Dat zei IK!!!” Oehhh… Toen Bert op de proppen kwam met het seks-spel (ik wist niet eens dat het bestond), toen de dames gewoon een kaartje wilden leggen dacht ik alleen maar: NEE BERT! NEE!!!
En het bleef nog lang ongezellig in Saint-Misère…

In het zuiden van Italië staat de B&B van Debby, een workaholic van 32. Debby krijgt de Rotterdamse havenwerker Melvin over de vloer. Deb is in eerste instantie niet echt enthousiast, want “hij is begin 20, denk ik”. Melvin is in het echt overigens maar 4 jaar jonger dan Deb. Melvin zegt dat hij z’n koffers maar eens gaat uitpakken. “Oh, je gaat je koffers pakken???” Even voor de goede orde: Melvin kwam net binnen. Ik zou NU al klaar zijn met zo’n mokkel hè? Maar Melvin dus niet en gaat snel aan de slag voor Deb in haar B&B. Als dank noemt Deb hem vervolgens Marvin. Ze is niet zo goed met namen, zegt ze zelf. Maakt niet uit, Toos. Toos moet later toch toegeven dat ze het etentje met eh… Mervin verrassend leuk heeft gevonden. Wie weet komt ze er ook nog eens achter dat ze maar vier jaar scheelt met Malvin.

In Roosendaal staat de B&B van prinses Roxanne. Ze heeft in de modewereld gezeten, maar doet nu dit werk. Ik denk dan meteen dat het gewoonweg niet gelukt is in de modewereld en dat ze daarom nu dit doet. Prinses Roxanne is 32 en heeft de B&B van haar ouders gekregen. Dat leest u goed: gekregen, ja. Ze woont daar samen met haar hon… langharige rat (type kutkeffertje). En nu zoekt Prinses Roxanne nog lakeien om haar te assisteren, voor haar te renoveren en om haar vooral niet voor de voeten te lopen op haar landgoed. De eerste lakei meldt zich: Mitch, een 28- jarige stucadoor. (Die had achteraf gewoon veel meer op z’n plaats geweest bij Vincent in dat Ik Vertrek-project.) Mitch is niet zo snel van begrip. De Prinses heeft Canadese roots en dus heeft hij een plantje (boom) meegenomen. Hij dacht dat ze dat wel zou herkennen, want het is een “Marple Leaf”, zegt hij. Na een paar wazige blikken van de Prinses snapt ze dat hij waarschijnlijk Maple Leaf bedoelt. Even later zijn ze in de keuken, waar zij vraagt wat zijn favoriete keuken is. “Oooh, industrieel!” Weer die wazige blik. Nou ja, ik eet ook elke week verwarmingsbuis, dus zo’n raar antwoord is het niet, toch? Manmanman… Mitch krijgt al snel een collega: Theun. En dat is geen spelfout. Terwijl de Prinses alles op stilettohakken doet (bed verschonen, in de tuin werken), worden de heren ingezet om hun “skills” te tonen. Ze mogen de stacaravan/dienstwoning opknappen (dit wordt namelijk het verblijf voor de lakeien), en ze mogen assisteren bij de voorbereiding van de borrel die de Prinses geeft voor vrinden (hoog gehalte kakkers), zodat ze hun snijskills, stylingskills en gastheerskills kunnen laten zien. “Theeeeenks!” (Echt waar, als dat mokkel nog één keer “skills” of “theeeeenks” gebruikt… Eenzame opsluiting in de stacaravan!) Ze hebben helaas nog geen het-brood-verbrandt-bijna-detectieskills ontwikkeld, want daar ging het dus even fout, terwijl zij aan het stylen was geslagen voor de perfecte tafel. “Oooooooh, m’n brood!!! Jullie waren toch hier?” Ze had ook even kunnen vragen of ze het in de gaten wilden houden. Of een kookwekker kunnen zetten. Enfin, de lakeien werden naar de supermarkt gestuurd voor nieuw brood en tijdens de borrel moesten ze zichzelf maar vermaken. Na de borrel was de Prinses moe. “Zo, hebben jullie lekker ge-bond? Ik ben helemaal kapot nu, dus ik trek me even terug vanavond. Morgen weer een dag. Jullie moeten jezelf maar even vermaken. Doen jullie het licht uit? En de deur op slot?” En weg was ze, Mitch en Theun in verbijstering achterlatend, die elkaar aankeken en zich afvroegen: en wat gaan wij nu doen?
Ik zeg: je ontslagbrief schrijven, koffers pakken, wegwezen en lekker achter de wijven aan.

En dan hebben we ook nog kennisgemaakt met Caroline in Oostenrijk. Deze 49-jarige is oud-stewardess en ik moet zeggen: ik zie haar wel in een blauw mantelpakje in het gangpad naar de nooduitgangen en de grondverlichting staan wijzen terwijl niemand kijkt. Haar B&B is binnen 3,5 maand verbouwd tot wat het nu is. Tja, dan word je afgewezen voor Ik Vertrek, dus dan maar meedoen aan dit programma. Ze heeft nog nooit zoveel kijkers gehad… Enniewees, ze woont samen met haar hondje Rosie, afgekort Roos. Alhoewel zij dat uitspreekt als Raus.
De eerste man die arriveert is Nico van 51. Als hij aanbelt vraagt Caroline of hij het makkelijk heeft kunnen vinden. Ik wacht nog altijd op iemand die dan zegt: “Nou nee, niet echt. Mijn navigatie stuurt me hierheen, maar mijn navigatie is gewoon een bitch. Weet jij waar ik moet zijn?” Nico valt op stemmetjes en valt als een blok voor die van Caroline. Terwijl ik dacht: dat mens heeft best een irritant stemgeluid. Maar: het kan nog veel erger, want als ze tegen Raus spreekt (en dat doet ze vaak en veel), dan gaat haar stem in de speciale hondjesmodus en dat is helemaal erg, want vijf octaven hoger. “Kijk eens Rausje, daar is Nico!” Nico is helemaal weg van Caroline en kan z’n teleurstelling moeilijk verbergen als de concurrentie (Erik, 56, voetbaltrainer) binnen stapt. Als blikken konden doden…
Nico heeft er zelfs slecht van geslapen en besluit de volgende morgen een briefje aan Caroline te schrijven, waarin ie haar wil laten weten wat hij voor haar voelt. Man! Je kent het mens nog geen 24 uur. Doe normaal! “Kijk eens Rausje! We hebben een briefje van Nico gekregen!!!” Daarna wordt het hoog tijd om haantjesgedrag te vertonen in de vorm van een wedstrijdje tuinhek herstellen. “Wat fijn, Rausje! Kun jij er niet meer onderdoor lopen hè Rausje?” Wanneer Caroline met Erik een stukje gaat wandelen, blijft Nico aan het hek werken, terwijl het regent en hij langzaam groen kleurt van jaloezie. Maar: hij kan wel laten zien dat ie kan klussen. “Kijk, ik kan klussen, dat is voor haar handig, dus dat is een win-win situatie.” Zucht.
In een onbewaakt ogenblik inspecteert Caroline de kamers van de beide heren, want je wilt toch weten wat voor vlees je in de kuip hebt. “Ja, de kamer van Nico ziet er voor een man goed uit, maar die van Erik is net iets netter. Want hij zet z’n kopje niet zomaar op het aanrecht, maar eerst nog op een vaatdoekje. En de wc-bril staat omhoog. Dat doet Nico weer niet.” Maar de inspectie alleen is niet genoeg: Caroline moet met eigen ogen zien hoe de heren schoonmaken, dus ze heeft bedacht dat ze elkaars aanrecht en badkamer moeten schoonmaken. Nico mag als eerste aan de slag, onder toeziend oog van Caroline en Erik. “Ben jij een poetser, Nico?” Nico weet van gekkigheid niet wat ie moet doen om te bewijzen dat hij Mr. Proper himself is. En hij gaat ver. Om exact te zijn met het schoonmaakdoekje tot onderin de pot. Met z’n blote handen. Om vervolgens met hetzelfde doekje het toiletdeksel schoon te maken. Tuurlijk joh. Daarna is het de beurt aan Erik die klunzig begint en no way met z’n blote tengels in de pot van Nico gaat hangen. Verstandig. The verdict: “Nico, jij gaat erg grondig te werk en Erik: het valt mij op dat jij wel de buitenkant van de toiletpot schoonmaakt. En ik heb nog een tip: altijd met het schoonste gedeelte beginnen. Maar jullie zijn allebei geslaagd hoor!”

Wat ik minder geslaagd vind, is dat ik nu elke keer op het toilet in gedachten Nico zie zitten. Met z’n arm tot aan z’n schouder in andermans toiletpot. Ik vrees dat ik nooit meer van dat beeld af kom. Theeeeeeenks, Nico!

Cranberry-zeekraal

28 dec

Tja… dan is er die ene vaste terugblik op het afgelopen Boer Zoekt Vrouw-seizoen. Wat “mot” je dan hè? M’n schriftje lag ineens al op tafel; macht der gewoonte. Maar wat een zooitje joh… Bas en Milou zijn bij elkaar op het moment van filmen en uit elkaar op het moment van uitzenden en Jan en Nienke waren al uit elkaar maar zijn op het moment van filmen nèt weer bij elkaar. Beide heren hadden op een bepaald punt eigenhandig de stekker uit de relatie getrokken. Wat willen ze nou? Boer Zoekt Als Ik Denk Dat Ik Weet Wat Zij Wil En Ik Haar Dat Niet Kan Geven Zet Ik Haar Aan De Kant Vrouw? Boer Zoekt Knipperlichtrelatie? Zoiets? In elk geval werd ik totaal niet geprikkeld om ook maar meer dan één alinea op papier te zetten. Waarvan akte.

Maar toen kwam Heel Holland Bakt. En nee, ik ga niet weer elke aflevering zitten te lopen te liggen te reviewen, maar die eerste aflevering… ik merkte dat ik tijdens het kijken al mee zat te pennen.
Want HHB heeft dit jaar spatschermen. En Jenny. Oet Twent.

Nou vooruit, ééntje dan.

Een volle tent met tien verse bakkers dus. Wie wordt de uitblinker? Wie wordt de chaoot? Alles ligt nog open. Alhoewel de laatste vraag binnen ongeveer dertig seconden na aanvang van de bakwedstrijd al zal worden beantwoord, maar dat later.

Als eerste staat de signatuuropdracht op het programma. Er moet een tulband worden gebakken, maar wel een speciaaltje natuurlijk. Nou ben ik absoluut geen bakwonder. Integendeel: afbakbroodjes heelhuids èn eetbaar uit de oven toveren is voor mij al een wereldprestatie, maar toen ik zat te kijken dacht ik ineens: wat zou ik doen als ik in die tent stond? In een wereld waarin ik geen levensgevaarlijke scheikundige keukenexperimenten stond uit te voeren, maar daadwerkelijk prachtige en eetbare baksels op tafel kon zetten? Wat zou dan mijn signatuurtulband zijn?

Nadat ik daar exact één nanoseconde over had nagedacht, wist ik het. In gedachten hoorde ik het mezelf al zeggen. “Ik ga een Terschellinger Potjekoek maken!” (Even voor de goede orde: die heb ik al eens gemaakt en iedereen leeft nog. Hij was nog lekker ook.) André van Duin zou hier dan een verbaasde blik laten zien en dan zou ik de rest uitleggen. “Kijk, mijn opa van vaders kant kwam van Terschelling en zelf kom ik er ook nog heel graag. En als ik er ben, moet ik altijd even naar de bakker onder de Brandaris (we mogen natuurlijk geen reclame maken voor Spanjer) om daar onder andere een Potjekoek te halen. Da’s een kruidige tulband. Zelf vind ik de naturelversie het lekkerst, maar je hebt ook een variant met gember èn natuurlijk één met cranberries.”
Maar ja, ik weet natuurlijk ook dat je het met een gewone Potjekoek met cranberries niet gaat redden, dus daar moest nog een verrassende twist aan worden gegeven. “Om het nou op en top Terschellings te maken, wordt het een Potjekoek met cranberryvulling een kleine twist: zelfgeplukte zeekraal van het Wad.” Jemig, wat een vondst! Meteen bedacht mijn zieke brein dat een volgende signatuuropdracht hoe dan ook rode peper zou bevatten. Je moet wel een beetje opvallen, toch? Maar goed, ik sta niet in de tent. En waarschijnlijk is de combi kruidcake-cranberry-zeekraal toch niet te hoechelen, dus dat komt weer mooi uit.
Ondertussen werden in de tent de mooiste tulbanden uit de vorm geflikkerd. Bij iedereen, behalve bij Jenny, die een soort koekkruimelmengsel met een miljoenjard smaken (lees: niet te doen, qua smaakbeleving) op haar bord had uitgestort. Ach, beginnersongelukje denken we dan maar.

Bij de technische opdracht heb ik standaard geen flauw idee wat er gemaakt moet worden. Aan m’n lijn zou je het niet zeggen, maar de banketbakker wordt niet echt heel erg rijk van me, zeg maar. Dus ken ik een slof of zwanensoesjes alleen maar uit HHB. Maar dit keer was het anders, want de opdracht luidde: maak Jaffa Cakes. Elke bakker moest er achttien maken. In de tent wist niemand wat er van ze verwacht werd. Ondertussen zag ik de Jaffa Cakes gewoon voor me. Want ik had ze vaak in Engeland in de supermarkt zien liggen: cakejes gevuld met sinaasappeldrab en pure chocolade er overheen. En ook die krengen koop ik nooit. Want ik ben zo’n beetje de enige die de combinatie van sinaasappel en chocolade echt niet te vreten vind. Bovendien is pure chocolade een belediging op zich, dus: goor. Jaffa Cakes are just not my cup of tea. Maar ik wist tenminste wèl wat het was. Ook een prestatie.
In de tent sloeg ondertussen de paniek toe en niet onterecht: alleen Jenny begon goed en eindigde uiteindelijk verrassend op de derde plaats, maar meer omdat de overige bakkers er echt niets van hadden gebakken, letterlijk en figuurlijk.

Opdracht drie was het traditionele spektakelstuk. Dit keer moest er een taart worden gebakken met als thema: wie ben ik? Daar gaan geen gemalen Wendy van Dijkjes in, maar de taarten zeggen iets over hun bakkers. De meeste bakkers verwerkten hun hobby of hun beroep in de taart. En weer was daar die gedachte: wat zou ik uit die oven flansen? Aangezien ik motorrijden wel als hobby zie, maar het me niet handig lijkt om een motor te bakken, zou ik iets met m’n werk moeten doen. De bakkers werden tussendoor voorgesteld met wat beelden van hun thuissituatie en wat shots van hun werk. Zou niet echt een supergezellig shot zijn, ik terwijl ik voor een rouwstoet uit loop.
In de tent bakte men vrolijk verder. De één maakte een kokos-pandantaart (ohmygodohmygodohmygod), de ander een tafereel uit Oostenrijk. En Jenny? Die liep te kloten. Wilde haar tulband niet garen, nu stond haar oven op standje sambal en kwamen haar taarten zwart tevoorschijn. Robèrrrrrr moest er zelfs bij komen om advies te geven over de oven. Even dacht ik dat ik vergeleken met Jenny niet eens zo heel erg zou opvallen in negatieve zin. Want echt alles werd een zooitje en liep bij haar gierend uit de klauwen. Alsof ze voor het eerst een oven zag.

Het was dan ook niet echt een verrassing dat de eerste afvaller Jenny was. En eigenlijk was ze daar zelf ook wel blij om. Elizabeth (bakker van de week) en Daniel? Die gaan wel heel ver komen.

En ik? Ik zou waarschijnlijk een weekje later dan Jenny (vanwege mijn geweldige Jaffacakes en de zeekraal) de tent uit worden geschopt, als ik al mee zou doen. Maar ik denk dat het voor iedereen beter is als ik me daar maar niet aan waag. Want zeg nou zelf: een spektakelstuk in de vorm van een doodskist… is ook niet echt feestvreugdeverhogend hè?

Snoopy

8 okt

Dit is Snoopy. Snoopy is nog een beetje verlegen, is in het dagelijks leven webdesigner en woont in m’n auto. Ik had al een poosje zo’n vermoeden, omdat ik elke dag wel een vers webje in m’n auto vond, maar ik had Snoopy nog nooit echt ontmoet.
Tot eergisteren, op de snelweg. Nèt in een bocht waar het toch iets handiger is om je ogen op de weg te houden, vond het beest het nodig om zich voor het eerst te laten zien.
Ik moet eerlijk zeggen dat ik me dit diertje toch iets anders had voorgesteld. Kleiner. En vooral aan de andere kant van de auto en niet aan de binnenkant van de deur. De bestuurdersdeur. Aan MIJN kant, ja.

Weet je wat de ellende is? Ik schrik me altijd helemaal te pletter van die beesten. Iets met teveel pootjes ofzo, ik weet het niet. Als ik éénmaal weet dat er een spin zit, dan is dat schrikkerige er wel vanaf, maar toch… ik ben geen fan.

Maar goed, ik zat eergisteren dus met toen nog een naamloze Snoopy in de bocht. En wat doe je dan hè? Ik sprak mezelf in gedachten even streng toe: “Okee, concentreer je op de weg, concentreer je op de bocht. Er is geen spin en hij is al helemaal niet groot. Niet kijken. Ik zei: NIET kijken. Foooooocus op de weg…” En dat hielp, maar ondertussen merkte ik wel dat ik m’n linkerhand toch een beetje meer naar het midden van m’n stuur bracht. Voor de zekerheid. Want ik mag dan nu misschien niet zo hard meer schrikken als ik ‘m zie, maar als het gevaarte besluit gezellig tijdens het rijden op m’n hand te komen zitten, voorzie ik toch wel een kleine ontmoeting met de vangrail. En daar wordt niemand blij van.

Gisteren reed ik even naar een vriendin en ineens kwam ie weer tevoorschijn, precies op de plek waar ik ‘m voor het eerst gezien had: aan de binnenkant van de bestuurdersdeur.
Naamloze Snoopy was druk bezig met al z’n pootjes strekken en wandelde daarna rustig naar beneden. Ik stond net even stil voor het rode licht en dacht dat dit misschien wel het moment was om eens nader kennis te maken, dus stak ik m’n linker wijsvinger voorzichtig naar ‘m uit. Nou… daar schrok het diertje een beetje van. Zo’n grote vinger was toch wel heel erg intimiderend en dus trok hij razendsnel z’n pootjes in en maakte zich zo klein mogelijk.
“Verrek… jij bent net zo bang voor mij als ik voor jou… ”, zei ik. “Dat is nou ook weer niet nodig, beest.” Maar ik vond het stiekem toch wel een geruststellende gedachte.
Ik besloot dat het misschien handiger was als we een verstandshuwelijk zouden sluiten. “Maar dan is het ook wel handig als je een naam zou hebben, hè?”, zei ik. Ik begon hardop te brainstormen. Het moest natuurlijk wel iets met een S worden. “De spin Sebastiaan bestaat al, dus dat is niet origineel. Sandra dan? Nee, ik denk dat je een mannetje bent. Sander dan? Hè getver, nee. Dan zie ik meteen die kop van die Sander Schimmelpenninck voor me. En die vind ik bijna nog erger dan Jort Kelder en Ivo Nihil bij elkaar, dus nee. Alhoewel Sander Spinnelpenninck dan wel weer redelijk briljant zou zijn. Hmmm… S… Sjoerd is ook geen optie, want hoewel dat een leuke naam is, heb ik een bonuskind dat zo heet, dus nee. Tja… Wat dan?” Naamloze Snoopy zat nog steeds zo klein mogelijk te wezen. Daar had ik dus ook niks aan, qua input.

En ineens was ie daar: Snoopy. Ik weet dat de hele wereld Snoopy kent als een hondje, maar het geeft mijn spin wel iets liefs. Net als de kruisspin die in m’n kindertijd voor het glas-in-loodraampje bovenaan de trap van mijn ouderlijk huis woonde: Pinky.
Pinky heeft me overigens niet van m’n afkeer voor (andere) spinnen afgeholpen. Eens kijken of het Snoopy wel lukt.

Ik moet trouwens zo weer even weg met de auto. Kan ik het er meteen even met Snoopy over hebben…

Humpy

3 sep

Achttien jaar geleden overleed m’n vader en legde Quibus, de kater die we van m’n broer hadden geadopteerd, ook nog eens het loodje.
Ineens was het superstil in huis voor m’n moeder als ze alleen thuis was. Dus had ik stiekem een katje geregeld uit een nestje dat ergens in een doos was achtergelaten. Iemand had de dierenambulance ingeschakeld en één van de medewerkers had het nestje mee naar huis genomen om daar aan te laten sterken.

Al wekenlang had ik kattenvoer, kattensnoepjes, kattengrit en kattenspeeltjes het huis in gesmokkeld en verstopt. En ik had een smoes verzonnen. “Ma, Nel en ik gaan vanavond even naar de Makro!” Dat was in die tijd, los van een handjevol avondwinkels, de enige winkel die ’s avonds rond half acht nog open was, dus de perfecte smoes.
Maar we gingen niet naar de Makro. We reden rechtstreeks naar de medewerker van de dierenambulance.
Na een paar weken bij deze pleegouders waren de kleintjes groot genoeg om op eigen vier pootjes te staan, dus mocht ik er één komen uitkiezen. Ik had besloten dat het een katertje moest worden. We hadden al vaker poezen gehad, maar dat waren echt -sorry dat ik het zeg- kutwijven. Zo. En toen kwam Quibus in ons leven. M’n broer had destijds een poes, een je-weet-wel-kater en een hond en hij ging samenwonen met iemand met ook twee katten. Hij hield de hond en voor de poes was al snel een ander huisje gevonden. Maar die je-weet-wel-kater had nog geen onderdak. Dus bood m’n moeder het beestje liefdevol asiel aan. M’n vader, niet echt een kattenliefhebber, stemde in op voorwaarde dat het maar voor drie weken was, omdat er toch verder gezocht zou worden naar een ander huisje.
Maar ja… die je-weet-wel-kater, Quibus, was zo’n schat… Die konden we niet meer laten gaan natuurlijk. M’n vader heeft altijd gedacht dat het een vooropgezet plan was om Quipie te houden, maar dat was echt niet zo. Dus morrend ging meneer overstag. “Nou… hij mag blijven, maarre… ik doe er niks meer aan, aan dat beest.” En inderdaad, hij heeft nooit meer de kattenbak verschoond. Maar los daarvan konden pa en Quibus het uitermate goed met elkaar vinden. Pa vond het stiekem best wel leuk, dat beest in huis. Maar dat ging ie natuurlijk nooooooit toegeven. Typisch pa.

Goed, ik was er inmiddels van overtuigd dat katers toch wel een iets zachter karakter hadden dan poezen, dus moest het een katertje worden. Ik had de keuze uit twee exemplaren: een hele zwarte en één met hier en daar nog een beetje wit.
Ik was helemaal weg van die zwarte. Maar ineens bedacht ik me. Ons huis had aardig wat donkere hoekjes en m’n moeder was toen bijna 76, dus was het misschien wel handig dat er een beetje wit aan zat. Voor de zichtbaarheid. En dus werd het het kleine zwart-witje.
“Al enig idee hoe hij gaat heten, toevallig?”, vroeg de dierenambulancedame. Ik had al wel een vermoeden. Want als m’n moeder een jong dier zag, was het altijd: wat een hummetje. Dus ik schatte in dat ze dit keer op exact dezelfde manier zou gaan reageren.

Maar toen moesten we naar huis. Hoe zou ma gaan reageren? Ik besloot het op dezelfde manier aan te pakken als m’n vader in de beginjaren van hun huwelijk. Voordat ze kinderen kregen, kwam m’n vader een keer met een pup thuis. Hij had ‘m tegen z’n borst onder z’n jas verstopt en zei tegen het beestje: “Vraag maar aan het vrouwtje of je hier mag wonen.” Moet je voorstellen dat je dan zo’n klein koppie uit iemands jas ziet piepen. Dan ga je overstag.

Wat pa kan, kan ik ook. Iets met DNA ofzo.
Toen we thuiskwamen, was ma uiterst verbaasd. “Zijn jullie nu al terug?”, riep ze vanuit de keuken. We liepen de lange gang door met in mijn handen een doosje, dat voor mijn gevoel steeds zwaarder werd. Toen gebruikte ik de wijze woorden van mijn vader: “Nou, vraag maar of je hier mag wonen…” Vervolgens was er een pieperig “MIEWWW” te horen. “Nee, hè?”, verzuchtte ma. Nel en ik keken elkaar paniekerig aan. Het zal toch zeker niet zo zijn dat ze nee zegt??? Ik maakte de doos iets verder open, ma keek erin en vanaf dat moment was het ”aan” tussen die twee.
En inderdaad: “Achgossie, wat een hummetje!” Dus de naam was geregeld: Hummetje. Maar Hummetje werd al snel Humpy. En later ook Hump, Humpydump, de Humpert, Humpert-de-pumperd, noem maar op.


En toen kreeg m’n moeder haar beroerte. Nel nam Humpy in huis en de plannen waren dat ma en Hump na haar revalidatie samen in hun nieuwe woning in de Marnixflat zouden gaan wonen. Maar ma overleed onverwacht de dag nadat we haar hadden verteld dat ze een appartement in de Marnixflat had gekregen. Het was het eerste dat ze vroeg: “Mag Humpy mee naar de nieuwe flat?”
Gelukkig heeft ze nog geweten en gezien dat Hump op een goede plek terecht was gekomen. Bij m’n zus, met een tuin die hij als een havik bewaakt. Meneer heeft nog geen enkele grijze haar, is uitermate atletisch gebouwd en heeft sinds een paar jaar suikerziekte. Maar ja… die kleine uit dat gedumpte nestje bleek wel een taaie: vandaag mag meneer 18 kaarsjes uitblazen. Of in zijn geval, liever 18 kuipjes melk uitlikken…

En ze leefden nog lang en…???

11 mei

Voorstellen: check!
Brieven: check!
Speed- en dagdates: check!
Logeerweek met keuzemomenten: check!
Citytrips: Mwah. Niet voor Annemiek dus. Rest: check!
Relaties: eh…

Tja, dat is de grote vraag hè? Maar gelukkig hebben we de laatste aflevering nog. Eén ding is zeker: Hjeert komt niet met Angela bij Yvon op audiëntie. No way. Want die citytrip verliep aardig rampzalig. En dan druk ik me nog voorzichtig uit. Oe kan de Hjeert oet Oeffelt halen, maar oe kan de oetlul niet oet Hjeert halen. Manmanmanmanman, wat een engerd. Dat vond ik al tijdens de voorstelronde, maar hij heeft het op de citytrip nog even goed bewezen.
Alleen denkt Hjeert dat het helemaal niet aan hem lag. Neuh. Hjeert is gewoon nuchter. Zegt ie. En Angela? Ja, die was leuk, tot de citytrip. Want daar had ie het gevoel niet meer. Nee, duh!!! Hij wilde natuurlijk voor Miss Cameltoe gaan, maar die peerde ‘m nèt op tijd en toen moest hij wel doen alsof ie sowieso voor Angela zou hebben gekozen. “Er hjebeurde nèks, dawazzutum!”, concludeert hij. Hij denkt dat de uitkomst voor Angela wel een redelijke domper was.
Nouuuuu… daar denkt Angela tòch een tikkie anders over. “Hij was me net voor.”, vertelt ze. En dat klopt, zagen we vorige week. Hjeert deed geen enkele moeite om haar te leren kennen en dus trekt zij zich ook meer terug. Logische reactie. Ze had gewoon niet de “waaaauuuuhfactoh!”, zoals alleen Hjeert dat kan zeggen. Blijkbaar heeft ene Wandy (da’s Wendy voor de rest van de wereld buiten Oeffelt) dat wel, want zij schijnt het volgende knipperlichtrelatieslachtoffer van Hjeert te zijn.

Wat ook niet echt als een verrassing kwam, was dat Bastiaan en Milou nog wel bij elkaar zijn. Want dat is toch wel echte liefde, mensen! In Lapland gaat het tweetal romantisch ijsvissen (ik moet er niet aan denken, maar da’s een ander verhaal). Het verbaast me dat Bas nog gaten in het ijs moet boren. Want door alle vonken tussen die twee zou dat ijs ook zomaar spontaan zijn gesmolten. Maar kijk eens hoe lief: nadat Bas z’n eerste diepvriesvis uit het water hengelt, pakt Milou met haar ijspegeltjes zijn hand. Awwwww… Bas had een behoorlijk wensenlijstje vooraf. Zo mag een dame onder andere niet te ver weg wonen. Uiteindelijk kiest hij voor een exemplaar dat in Frankfurt woont. Maar bij Yvon blijkt dat zelfs de afstand geen probleem meer is. Sterker nog: Milou sluit een verhuizing naar Zeeland niet uit. Want als het moet, kiest ze voor hem. En dat het eigenlijk van Bastiaan z’n kant liefde op het eerste gezicht was, zagen we ook: toen de brieven werden gelezen, ging hij op de bank zitten met z’n laptop om met een enorme glimlach te kijken naar het filmpje van ene Milou…

Jan en Nienke hadden elkaar ook gevonden op de zorgboerderij, maar leken elkaar in Edinburgh weer kwijt te raken. De liefde is er, zeker van zijn kant, maar het gaat Nienke allemaal wat te snel.
Bij een Schots haardvuurtje wordt er even goed gepraat en Jan wordt zelfs behoorlijk emotioneel als hij vertelt wat hij het liefst zou willen: Nienke bij hem op de boerderij. Maar hij is zo onzeker. En bang om afgewezen te worden. Nien stelt hem gerust: “komt wel goed, schatje.”
En dat kwam het: ze schuiven ook samen bij Yvon aan en er wordt zelfs gesproken over samenwonen. Ook awwwww…

Annemiek komt ook alleen. Bram, de motormuis met wie ze vorige aflevering nog aan het daten was geslagen, is uit beeld verdwenen. Annemiek vertelt dat er tijdens de logeerweek niet veel “echt” gepraat werd. Iedereen wachtte af tot de ander het echte gesprek aan zou gaan. En dat gaat niet werken dus. Annemiek weet wel waar het aan ligt: ze is van kleins af aan gewend om eerst alles zelf op te lossen voordat ze iets vertelt. Dus eerst lekker binnenvetten en dan zeggen dat het niks kan worden. Maar ja… dan jaag je alleen maar mensen weg. Maar ondanks dit alles zit ze nu wel weer lekker in haar vel en zoekt ze verder naar die workaholic zonder 9 tot 5-mentaliteit die bij haar kan komen wonen. “Misschien kijkt ie nu…”, zegt ze verwachtingsvol. Ondertussen wordt ze zielsgelukkig van haar koeien die voor het eerst weer naar buiten mogen. En geef toe: dat is ook hartstikke leuk! En: die beesten hebben geen 9 tot 5-mentaliteit.

Mandarijnman schuift ook in z’n uppie aan bij Yvon. Karine is uit beeld. Nou joh, dat was jij al tijdens de citytrip, want de knippende koelkast had totaal geen gevoel voor “GeeJee”. Nee joh, ze was gewoon lekker haar fototoestel aan het uitlaten op Malta en die kerel… tja… Die had iets stoms gedaan, vertelde hij zelf. Hij had na het keuzemoment Jacqueline opgebeld omdat hij wilde weten hoe het na de afwijzing met haar ging. Eén klein dingetje: dat had meneer niet aan Karine verteld. En dat pikte mevrouw niet. Ze twijfelde na het keuzemoment ook al meteen aan de keuze van Mandarijnman. En dan ook nog eens contact met die ander zoeken??? Nahhh… “We zijn te verschillend. Ik wilde er wel voor gaan hoor, maar ik vond geen diepgang tijdens de citytrip. En hij had nog steeds contact met Jacqueline en daar logen ze allebei om, dus dat is bij mij een no-go. Dan trek ik de stekker eruit. Dan word ik boos en zeg ik ook lelijke dingen. Ik was in shock.” Aldus de koelkast herself.
Ik denk zelf dat Mandarijnman, de goedsul die hij is, echt gewoon wilde weten hoe het met Jacqueline ging na de afwijzing. En daar terecht geen kwaad in zag. En ik weet ook niet of ik dat wel aan de knippende koelkast had willen vertellen, hoor. Je moet elkaar ook gewoon kunnen vertrouwen, toch? Als je dan op zo’n manier al reageert op een belletje, dan zet je jezelf meteen al buitenspel. En wij (op de bank) hebben zo’n donkerbruin vermoeden dat dat haar best goed uit kwam. Nou goed, om een lang verhaal nog vééééél langer te maken: nadat Karine Mandarijnman aan de kant had geschoven, is Jacqueline nog een keer komen eten, maar ook dat werd uiteindelijk niks.
Misschien moet hij eens met Annemiek gaan praten…

De overige vijf boeren komen ook nog even aan bod. Ronald heeft Evelien aan een videobelletje overgehouden, John heeft er een paar vriendinnen bij en is ervan overtuigd dat de ware wel tussen de briefschrijfsters zit. Johan verloor z’n hond, kreeg daarna corona, krijgt binnenkort een nieuw hondje en duikt daarna opnieuw in z’n brieven. Frans kreeg al z’n briefschrijvers over de vloer, maar kreeg hartproblemen en denkt niet dat iemand zo’n wrak als hij wilde hebben en heeft dus de ene helft van de brieven in de koelkast en de andere helft in de diepvries gelegd. “Misschien moet je eens gaan videobellen?”, geeft Ronald hem als tip. En dan hebben we nog Willem. Willem die met zijn moeder in 1896 leeft en nog nooit een vrouw van dichtbij heeft gezien. Afgezien van zijn moeder uit 1478 dan. Willem kreeg zes brieven en heeft met meerdere dames een date gehad. (Go, Willem!!!) En kijk nu: dikke verkering met Rineke!!! “We hebben hetzelfde karakter, zijn allebei Christelijk… en ik zal eerlijk zijn: ik vind haar een knappe vrouw sowieso ook. Dus ik vroeg: zou jij verkering met mij willen en zij zei ja. Ik snap nog steeds niet waarom hoor…”, aldus een dolverliefde Willem. Rineke zegt over drie jaar wel te willen trouwen, dus ik geef ze zes jaar: drie kinderen, nummer vier op komst. Alles ná het huwelijk, uiteraard.

En zo zie je maar: het zit ‘m dus niet in het aantal brieven. Annemiek kreeg er 633 en is nog steeds alleen, Willem kreeg er zes en heeft de liefde van zijn leven gevonden…

Het was een leerzaam jaar. En wat er ook gebeurt: Bas en Milou moeten bij elkaar blijven. Willem en Rineke ook. En Jan en Nienke. Maar vooral Hjeert en Wandy. Scheelt weer één griezel op de vrijgezellenmarkt.

Tot volgend jaar!

Door de mand…

4 mei

Er zijn van die momenten hè, tijdens die citytrips… Zo’n boer wordt uit z’n natuurlijke habitat geplukt en na een dolle tijd met 10 speeddates, 5 dagdates en 3 logeetjes op de boerderie met de zelfgekozen potentiële liefde ergens in een hotel gestopt. En dat allemaal onder het motto: let’s see what happens. En dat gaat bijna altijd verkeerd. Want sommige boeren trekken dat niet. Die vallen genadeloos door de mand. Of de uitverkorene doet dat.

Zoals Karine, die met Mandarijnman zit opgescheept. Ze zijn op Malta en ze zijn er beiden voor een andere reden. Karine is vooral op fotosafari en Mandarijnman is op liefdesstage. Want hoe doe je dat nou, zo’n relatie? Nou, volgens “GeeJee” moet je vooral veel en vaak woorden als “schat” en “lieverd” gebruiken, complimentjes geven en daarbij regelmatig een arm om iemand heen gooien en af en toe een kus afdwingen. Alleen geeft Karine geen krimp. Ze geeft vooral antwoord door niks te zeggen als hij weer op één of andere manier zijn liefde voor haar probeert te tonen. Wat er weer voor zorgt dat hij nog onzekerder wordt dan dat ie al is. Als zij dan wil praten, doet hij dat weer af met een grapje en dat pikt zij dan weer niet, want ja… “Ik ben wel serieus nu hè?”
Ja muts, als hij iets serieus zegt, reageer je niet en dan… wat verwacht je nou van een kerel die in een roze konijnenpak door z’n keuken liep? Karine zegt wel dat ze wat meer open wordt en informeert of GeeJee dat ook voelt. Die zegt natuurlijk van wel (ik zie geen verschil bij die fotograferende koelkast) en hij zegt haar steeds interessanter te gaan vinden. Jaja… Nee, dat ene shot van Mandarijnman die als een olifant in een porseleinkast door die glaswinkel liep, geeft mooi aan hoe deze “relatie” gaat lopen. Niet. Hij wil te graag. En zij? Zij heeft een leuke gratis citytrip in the pocket.

Hjeert en Angela zijn in Spanje gedropt. In Pamplona. Waar die stieren altijd door de straten rennen. Nou Angela… als ik jou was, was ik harder voor Hjeert weggerend dan voor honderd dolle stieren. Manmanman… Hjeert wil de citytrip benutten om uit te vinden of er een klik is. Of, zoals Hjeert het verwoordt: “Ofzeèchbiemepest.” Angela vindt dat ze redelijk hetzelfde zijn: afwachtend. En met twee afwachtende mensen kom je niet ver, dus wil zij deze tijd benutten om wat dingen aan te kaarten. Ze zijn er wel achter dat ze allebei niet te snel willen. Nou ja, dat is al iets. Op de tweede dag verplaatst het stel zich per auto naar het platteland. Hjeert informeert na een leeg “jaja…” en een zucht: “Vinddenogstiedsluuk?” Ja hoor, Angela vindt het -ongelooflijk maar waar- nog steeds leuk. Op haar beurt vraagt zij of hij het ook wel naar z’n zin heeft en het antwoord is positief. Maar dat antwoord slaat wel op de reis (“ja, bietjerondrije…”) en niet op de indirecte vraag of hij haar gezelschap nog leuk vindt. Dus gooit zij het over een andere boeg en vertelt dat ze op Cyprus ook met een auto heeft rondgereden. Hjeert reageert niet en kijkt verveeld naar buiten. VRAAG NOU OOK EENS WAT, LUL!!! “…was ook wel leuk…”, vult ze zelf maar aan. Au…
Het wordt er allemaal niet gezelliger op. Hjeert zoekt geen enkele toenadering en Angela sluit zich er uit zelfbescherming ook maar voor af. En als ze nog niet was afgeknapt op Hjeert, dan moet dat de volgende ochtend wel gebeurd zijn: er wordt buiten voor de deur een sigaretje gerookt. Angela heeft zich voor de gelegenheid gewoon lekker aangekleed. Dit in tegenstelling tot Hjeert. Hij heeft z’n jas aangedaan, ik mag hopen z’n onderbroek en een paar teenslippers. Daarbij kijkt hij de andere kant op en haalt even ongegeneerd z’n neus op. RUN, ANGELA, RUN!!! Maar goed, ze gaan vandaag weer terug naar de stad. Zij heeft zich voorgenomen vandaag maar eens te vragen wat hij nou precies wil, maar boven een “bakskekoffie” is hij haar net voor: “Hoevinddedatgeut?” “Wel goed, toch?”, reageert Angela een tikkie lafjes. Hallo??? Jij ging hem toch voor het blok zetten??? Nou goed, Hjeert vindt dat ze niet bij elkaar passen, omdat zij wat teruggetrokken is. Ze is te rustig. Volgens mij vond hij dat na het vertrek van Miss Cameltoe juist een pluspunt, maar goed… En dan merkt Hjeert op: “Ik denk dat jij me in m’n doen en laten niet bij kunt houden…” Angela proest het uit. En wij op de bank ook. Nee Hjeert, jij trekt volle zalen met dat drukke gedoe van je! Angela vertelt hem dat ze het ook niet ziet zitten met Hjeert, qua relatie. Hjeert zegt de vrouwelijke versie van zichzelf te zoeken. En dat noemt hij dan “m’n wauwie.” Nondepinnekes!!! Lekker blijven zoeken, jongen…

Wie trouwens ook blijft zoeken, is Annemiek. Die gaat helemaal opnieuw beginnen en dus niet op citytrip. Annemiek heeft uit de meer dan 600 brieven Bram uitgekozen. Een student èn vrachtwagenchauffeur uit Brabant. (En ja mensen, Erik werd weggestuurd vanwege het feit dat ie 70 kilometer verderop woonde en mevrouw dit te ver weg vond. Wat moet die gast zich nu lullig voelen, zeg…) Bram komt op z’n motor naar Drenthe gereden voor een dagje samen. Op het eerste gezicht klikt het: ze stapt bij hem achterop de motor en ze gaan samen paardrijden. Maar dan wordt er ergens een stopje gemaakt om iets te drinken en laat ze het gesprek weer helemaal doodbloeden. Want tja… ze weet niet of ze er wel klaar voor is. Zeg, tuthola: het is een eerste date. Je hoeft niet meteen je trouwerij te regelen hoor. Pffff… vermoeiend.

Jan en Nienke zijn in het prachtige Edinburgh. Jan vertelt dat hij vrij snel gaat in de liefde: meteen samenwonen, twaalf jaar samenblijven en vier kinderen op de wereld zetten. Nienke zit anders in elkaar en heeft zelfs nog nooit samengewoond. Zij wil iets rustig laten groeien en Jan is wat dat betreft al veel verder. Ook in het gevoel. En daar baalt zij van, want zij wil dat ook, omdat ze hem wel leuk vindt en het ook lullig vindt voor hem. Maar ja… gevoel laat zich niet dwingen. Ondanks dat hij zegt een tropische oceaan in haar ogen te zien. Zij kan moeilijk omgaan met de complimentjes en de verliefde blikken die ze van hem krijgt. In een volgend shot zien we haar in een boek lezen en zien we hem alleen op een bankje zitten. Zo’n prinses Diana voor de Taj Mahal-momentje, zeg maar. De makers van Boer zoekt Vrouw zijn ook wel meesters in het maken van zielige plaatjes een treurig muziekje eronder natuurlijk. Maar het is een leuk stel, dus het zou jammer zijn als dit niks wordt.

Is het dan echt allemaal doffe ellende deze aflevering? Nee, tuurlijk niet!!! Als de zeespiegel weer iets gestegen is, dan komt het doordat de poolkap aan het smelten is door de vonken tussen Bastiaan en Milou. Ze zijn in Lapland en we zien ze samen in bed, in de hottub, op een hartjesvormige schaatsbaan, zoenend achter de sledehonden, elkaar diep in de ogen kijkend boven het rendiervlees, noem maar op. Milou heeft zelfs het noorderlicht gemist omdat ze een andere prioriteit had: Bastiaan. Er wordt zelfs serieus gesproken over de invulling van de toekomst: heen en weer rijden van en naar Duitsland, eventueel werk zoeken in Zeeland. Alhoewel Milou even aan het idee moet wennen om na in New York en Bangkok te hebben gewerkt ineens in Middelburg de kost te moeten verdienen, maar ze sluit het niet uit. En van de hork die Bastiaan tijdens de logeerweek soms was, is niets meer over. Die twee zijn smoorverliefd. En ik vind ze geweldig samen!

Nou goed, de volgende aflevering is alweer de laatste. Dan gaan we zien wie er nog bij elkaar zijn en wie niet? Goh, wel heel spannend dit keer. NOT!

Tot volgende week!

Saai…

27 apr

“Hier kan ik dus he-le-maal niks mee hè?”, verzucht ik.
Het is zondagavond, Boer zoekt Vrouw is net afgelopen en ik zit met m’n notities op schoot en ben redelijk wanhopig. We hebben zojuist de traditioneel meest saaie aflevering van BZV van het seizoen gezien. Zucht. De boeren gaan namelijk op bezoek bij de uitverkorene en de eventuele potentiële schoonfamilie. En ook traditioneel: daar gebeurt geen fuck. Godzijdank zijn er nog twee boeren die moeten kiezen: Mandarijnman en Bastiaan.
Mandarijnman krijgt het moeilijk, want hij weet het nog steeds niet. Jaqueline ook niet trouwens, want ze zegt vriendschap te voelen, maar verliefdheid? Tja… dat is meer dan wat ze nu voelt. Doet mij een beetje denken aan Prins Charles na de verloving met Lady Diana: “And I suppose in love?” ”Ofcourse! Whatever in love means…” Die dooddoener dus.
Karine is stiknerveus, want zij ziet “GeeJee” zoals Jaqueline en Yvon Mandarijnman ineens noemen,  wel helemaal zitten. En GeeJee??? Die zit naast Yvon te balen op een baal hooi. In pak, dat wel. En met tranen in z’n ogen, want “ze zijn allebei lief en mooi en leuk en… blablabla.” En ja hoor: tranen!!! Maar goed, er moet gekozen worden en uiteindelijk kiest hij voor Karine. Jaqueline vindt het een prima uitkomst en vertrekt naar de slaapkamer om haar spullen te pakken. Als Yvon een gevoelig momentje bij haar wil lospeuteren, gaat ze volledig op in haar telefoon. “Eerst even een huis verkopen!”, hoor ik op de bank naast me. Want ja, het werk gaat gewoon door hè?
Ondertussen zoekt Mandarijnman constant bevestiging bij Karine, onzeker als hij is.
Een week later staat hij te strijken, want hij gaat voor het eerst naar z’n meissie toe. Dus heeft ie ook z’n allermooiste kleurencombi aangetrokken: een bruine broek met daarop een bordeauxrood overhemd dat onder z’n donkerblauwe jasje uit piept. Ik hoop toch dat Karine hem wat kleurgevoel kan bijbrengen. Maar die hoop verdampt meteen bij het zien van het interieur van Karine: alles is zwart-wit. Maar dan ook echt alles. Ook haar kleding.
Mandarijnman vult alle stiltes die er vallen met grapjes en complimentjes waar Karine steeds stiller van lijkt te worden. Wij op de bank geven ze nog een citytrip, maar daarna? “Wordt niks!”, roepen wij in koor. Dit stel doet me denken aan boer Geert uut Grunn en Hetty uit Brabant van een paar jaar geleden. Wereld van verschil; werd uiteindelijk ook niks.

 
Ook Bastiaan moet nog kiezen. Elise vindt zichzelf dus de beste keuze voor Bastiaan omdat ze alleen maar voordelen heeft: ze woont in de buurt en ze ziet zichzelf wel hier op de boerderij. Dus ze zou het heel erg fijn vinden als hij voor haar kiest. Maar ja… Milou hoopt ook dat hij haar kiest. Alleen die afstand hè? Bastiaan wil absoluut geen relatie op afstand. En aangezien hij in Zeeland en zij in Frankfurt woont… Ze zou het wel een domper vinden als hij niet voor haar kiest en houdt het niet droog bij deze woorden.
Bastiaan zegt precies hetzelfde: Elise zou zo bij hem intrekken, Milou moet heel veel opgeven om bij hem te gaan wonen. Maar ja… er moet een keuze gemaakt worden en Bastiaan zegt met z’n gevoel gekozen te hebben. Dus zitten er aan de keukentafel tegenover Bastiaan en Yvon twee meiden die allebei graag willen. Elise met een grote glimlach en Milou met een gespannen bekkie. Dan komt het hoge woord eruit: het wordt Milou. En de reactie van Elise naar Milou toe: “Leuk voor je.” Jaja… er is een verschil tussen iets zeggen en iets menen en hier zien we precies het verschil. Ook Elise vertrekt richting de slaapkamer om haar biezen te pakken. Ze is de kamer nog niet uit of Bastiaan en Milou vallen elkaar dolverliefd in de armen. En lippen. De blikken die over de tafel gingen na het verlossende woord waren veelbetekenend. Ze gaan zelfs zo in elkaar op, dat Yvon de enige is die Elise uit staat te zwaaien. Bas en Milou staan nog steeds in de keuken: die staan inmiddels elkaars amandelen af te likken.

 

Wie ook met haar hart had kunnen kiezen, is Annemiek. Alleen deed ze dat niet en stuurde ze vorige week Erik weg, omdat hij te ver bij haar vandaan woonde. Hij ergens in Gelderland en zij ergens in Drenthe dus. Ik las deze week ergens hoe ver ze precies uit elkaar wonen: 70 kilometer. 70!!! Waar heeft dat mens het over???
Anyway, Annemiek en Yvon zitten samen op de bank om de overige 584.000 brieven door te worstelen en warempel: er zit nog het één en ander tussen. Zoals een gozer uit het dorp verderop. Maar dat was niks, dus die ging op de “NO WAY”-stapel. Een brief die wel op het goede stapeltje terecht kwam, was van een knul uit Maastricht.

Wacht effe.

Maastricht???

Ik krijg het vermoeden dat Annemiek niet alleen dyslectisch is, maar ook topolectisch. Bestaat zoiets? Zo nee: nu wel! Geen idee hoe ver Maastricht van haar boerderij af ligt dus.
Goed, Miepmuts krijgt dus nog een nieuwe kans, maar wel op één voorwaarde: de moeilijke gesprekken moeten voortaan als eerste gevoerd worden. Wat een strak plan, zeg…

 

Jan gaat als eerste met z’n kop op het hakblok. Bij de schoonfamilie dus. Hij mag na een week Nienke weer zien en is stiekem bloedjenerveus. Zou zij het gevoel nog wel hebben bijvoorbeeld? Maar als hij haar met een enorme bos bloemen bij haar werk op komt halen, zien we dat Nien ook superblij is.
Op naar de schoonouwelui. Daar wordt Jan enthousiast onthaald. Tot zover gaat het goed.
Maar dan komen de zussen van Nienke binnen. Dat zijn er die en alle drie reageren ze hetzelfde op hun nieuwe zwager: “HAI JAN!!!”, smak, smak, smak. Jan werd er alleen maar verlegen van en er kwam eigenlijk niet veel meer uit dan “jajaja”. Of hij probeerde z’n naam steeds uit te spreken, maar dan stotterend, geen idee…

 

En dan Hjeert. Hjeert zat vorige week ineens met Angela opgescheept, nadat Miss Cameltoe zelf de lange dunne benen nam. Maar volgens Hjeert is dit precies goed. En dat komt mooi uit, want Angela zegt een kriebel te voelen voor Hjeert. Hjeert haakt meteen in met het voorstel om straks maar lekker in bad te gaan zitten. Maar dat feest gaat mooi niet door. Er is nog niet samen geslapen, wel speeksel uitgewisseld en dat was het. Want Angela moest gewoon weer naar huis. Of “hjeweunweernaarhoes”, zoals Hjeert zou zeggen.
Maar niet getreurd: ook Hjeert gaat bij z’n moppie en haar twee bloedjes langs. Er wordt Hollandse pot gemaakt, want daar is Hjeert wel van. Angela en dochters roken nog snel in de tuin de laatste zenuwen weg en dan is daar het moment: Hjeert arriveert in huize Angela. En op de manier hoe hij dat doet, kan ik alleen maar concluderen dat dit seizoen gewoon drie seizoenshorken heeft: Hjeert blijkt stiekem de derde! Waarom? Hij komt met lege handen aan. Geen bloemetje, nada, nakkes, niks. Hij schuift vervolgens aan tafel alsof hij dat al dertig jaar doet en laat even merken dat ie toch echt de voorkeur geeft aan rode kool in plaats van bietjes. En als hij weggaat, geeft ie Angela drie kusjes op de wang. “Tot mèrrege!”, roept meneer en weg is ie weer. Hjeert wil naar eigen zeggen “welverliefdworremaarallesmotkloppe.” Wij vermoeden dat het niet gaat kloppen.
Ach ja… binnenkort wordt het weer leuk: de citytrips staan op het programma. En een citytrip is net als een verbouwing of een intelligente lockdown in coronatijd: dan leer je elkaar pas ècht kennen.
Ik kan niet wachten.

 

Tot volgende week!

De spelregels.

20 apr

Beste toekomstige boerenschrijvers (M/V/T),

Misschien zijn de spelregels niet helemaal duidelijk. Ik zal ze voor de zekerheid hier nog even helder voor u weergeven.

  1. Schrijf niet als u niet bereid bent uw eigen leven op te geven om op de boerderij in te trekken. Boeren zijn boeren omdat ze op het boerenland werken. En in 99,9% van de gevallen bij hun werk wonen.
  2. Het is de bedoeling dat de boeren in kwestie de keuzes maken. Dit om het element van de spanning voor de kijkers te bevorderen. Hierop is echter één uitzondering. Zie lid 3.
  3. Per seizoen wordt er door de productie één mol aangewezen: de seizoenshork. Deze heeft als taak één logé gillend het erf af te jagen. Hij of zij dient dat zodanig te doen, dat het lijkt alsof de logé zelf tot dit wijze besluit is gekomen. Dit dient altijd de logé te zijn die als eerste of als tweede vertrekt.
  4. De seizoenshork dient zich op de citytrip dermate te misdragen dat de beoogde liefdespartner zich bij thuiskomst spontaan aanmeldt bij een klooster. Dit is de afspraak die de KRO bij de start van Boer Zoekt Vrouw heeft gemaakt met de Katholieke Kerk, teneinde de kloosterpopulatie te doen groeien.

 

Echt mensen… je hoort iedereen nu zeggen dat we 2020 moeten resetten, maar dat geldt zeker ook voor dit seizoen van Boer Zoekt Vrouw. Want manmanmanmanman… wat een droefenis dit jaar.
Om te beginnen zijn er op vier boerderijen inmiddels logé’s vrijwillig vertrokken. VIER!!! Larten we ze even op een rijtje zetten.

Bij Mandarijnman ging Betty als eerste weg. De grootste knuffelbeer van dit jaar kon haar niet op de boerderij houden en vertrok als eerste. Voor Mandarijnman alleen maar fijn, want hij houdt van iedereen. Zo zagen we gisteren dat ie tussen z’n twee dames  in een heuse snuifsessie terecht gekomen was. Okee: het bleek een wijnproeverij, maar dat mag de pret niet drukken. Buiten staat hij met tranen in z’n ogen omdat hij niet kan kiezen. “Dan kijk ik naar rechts en zie ik Karien. Kan ik heerlijk mee lachen en dan kijk ik weer naar links en zie ik dat lieve gezicht van Jacqueline en dan denk ik: ik wil ze allebei meenemen. Maar ja… ik kan niet kiezen. Dan kies je maar niemand, Geert-Jan!” Kleine tip: trek na je konijnen- en arabierenpak volgende week gewoon eens je Adamskostuum aan. Kijken wie er dan nog overblijft. Ik denk Karien, want Jacqueline vindt je te zwaar. Zelf is ze namelijk superactief en dat moet jij ook maar eens worden. Dus. Ik zeg: RUN!!! Maar dan wel Karien haar kant op.

“Eutjeveul?” Hjeert wacht af en stelt de vraag nog een keer. “Ikverstaoewel!”, zegt Angela. Vanavond komen de kinderen eten en dus wordt de Oeffeltse snackcorner leegbesteld. En daarna komen er vrienden van Hjeert langs. Het belooft een gezellig avondje te “worre”. Maar terwijl Miss Cameltoe op de bank haar kroketje met zit te herkauwen, trekken haar hersens aan de rem. Je ziet het bijna gebeuren: ohmygodohmygodohmygod!!! Het keuzemoment komt eraan en straks zit ik hier in Oeffelt met een Geile Geert 2.0 en zijn de camera’s weg en dan is alle roem voorbij en loop ik elke dag in kaplaarzen en een overall die veel te ruim zit omdat ie niet vacuum is getrokken hier de stal uit te mesten. Neeeeeeee!!! Dus trekt ze Hjeert nog voordat de vrienden komen aan z’n lurven mee en vertelt dat een liefdesrelatie er toch echt niet in gaat zitten. Hjeert reageert op z’n Hjeerts: die zegt dat allang te weten. Yvon wordt per Concorde ingevlogen en hoort van Hjeert dat Miss Cameltoe veel te wispelturig is voor hem. Angela weet tenminste wat ze wil en Hjeert weet ook dat zij hem wel leuk genoeg vindt om mee te gaan op citytrip. Dus ook hier een logé die de boerderij verlaat. Weliswaar niet gillend, maar kirrend. Op naar het volgende flirtslachtoffer.

Bij Jan ook vorderingen: Natasja Froger had slecht geslapen en veel na kunnen denken. En waar ze gisteren nog de (komt ie!!!) klik voelde, is die klik vandaag nog maar tot een flauw slappe-vingerknipje gereduceerd. Ze ziet ook dat Jan en Nienke veel beter met elkaar overweg kunnen en krijgt daardoor het idee dat ze niet bijzonder genoeg is voor Jan. En dus wil ze praten.
Jan geeft schoorvoetend toe dat er gisteren bij hem ook iets gebeurd is en dat hij verliefd aan het worden is op Nienke. Natas zegt niet de strijd aan te willen gaan en gaat haat koffers pakken. Jan vertelt de breiende Nienke ondertussen dat hij iets aan haar kwijt moet. Je ziet haar denken: ik lig eruit. Maar nee: wat volgt is een knuffel, Natasja die alle keukenkastjes leeg komt halen en een uitzwaaisessie met Yvon. Ook weer redelijk keuzemomentloos dus.

En al deze boeren zijn toch niet echt als seizoenshork aan te merken.
Wie dat wel is, is Annemiek. Maar goed, die heeft iedereen al van het erf gejaagd. Eerst Stille Willie Steven, daarna vertrok de superspontane Fries Jelte uit eigen beweging en ze stuurde de laatste, Erik het paajdenmeisje (nog steeds geen spelfout), er meteen achteraan. Wel gevoelens bij beiden, maar ja: hij woont op anderhalf uur rijden, dus gaat het hem niet worden. Yvon pikt het niet en stuurt Erik de stal in om met Annemiek te praten. Want als het aan hem ligt, wil hij er wel voor gaan. Maar ook dat gesprek in de stal levert niks op. Erik laat niet het achterste van z’n tong zien en laat zich gewoon weer wegsturen. En dat terwijl hij best voor haar had willen verhuizen. ZEG DAT DAN OOK, SLAPPE ZAK!!! Yvon zit even later bij een verdrietige Annemiek aan tafel. De sfeer is net zo ontspannen als toen er nog drie mannen aan tafel zaten: niet. Advies: lekker slapen en morgen de andere 620 brieven gaan lezen. Ja joh…

En een primeur: dit seizoen heeft nóg een seizoenshork! Ja, Bastiaan. En heel gek misschien, maar uitgerekend bij hem is er nog niemand gillend weggerend. Da’s toch vreemd hè?
De meiden hebben het hele huis al schoongemaakt en zijn voortdurend in de keuken bezig terwijl Bastiaan zich weinig laat zien (jajaja, er moet gewerkt worden) en de ladies amper bedankt voor het eten en toch blijven ze… Milou heeft twijfels en gevoelens en Elise gooit zich volledig in de strijd en wurmt zich constant tussen de andere twee tijdens het koken. Maar: ineens is daar Bastiaan die Quality-time met de dames wil. En dus gaat hij eerst met Elise op stap. Op de vraag hoe zij haar toekomst ziet, steekt ze van wal. Ze wil op het platteland wonen, ze wil een gezin, ze wil zorgen, ze is snel tevreden… met andere woorden: I have the whole package. Maar ze vertelt ook dat ze ziet dat Bastiaan en Milou naar elkaar toe trekken. Dat klopt, want hij zit op de bank constant met zijn rug naar Elise toe. Maar ja… als je in dat hoekje blijft zitten en je je dus letterlijk en figuurlijk op de achtergrond houdt… Kijk, een hork heeft dat dus niet in de gaten. En je kunt veel zeggen van Hjeert, maar die had alles piekfijn door.
Milou krijgt even later lasles van Bas. Hij probeert haar dingen uit te leggen, maar zij kijkt alleen maar dromerig van onder haar lasmasker naar hem en hoort niks van de uitleg. Zij heeft last van beginnende verliefdheid, maar ja… ze heeft ook twijfels. Want moet ze dan haar hele leven in Duitsland weggooien? (SCHRIJF DAN NIET, MENS!!! Zie punt 1!) En tja… Bastiaan wil net als Annemiek ook geen relatie op afstand… Moeilijk, moeilijk.

Nou goed, we gaan het zien: er is nog één kans dat er toch nog iemand gillend het Zeeuwse erf van Bastiaan verlaat en het vervolg van Mandarijnman, the breakdown.

Tot volgende week!

Eten, eten, eten!!!

13 apr

Weet je nog, vroeger? Toen Koffietijd nog gepresenteerd werd door Mireille Bekooy en die tosti die daarvoor bij de KRO werkte? Hoe heet ie ook alweer… Hans van Willigenburg! Die ja, van “koffietijdtaarrrrrrrrt.” In die tijd zat er een kookrubriek in het programma met Raya Lichansky. En die rubriek werd aangekondigd met een heel erg irritant stukje muziek en dan de gezongen tekst: “Wat éééééé-ten we vandaag???”

Nou… effe wachten nog… heel effe wachten nog… nog heel effe wachten… PIZZA!!! Nou ja, of ie ooit is geleverd bij Mandarijnman en zijn twee vrouwen, is nog maar de vraag. Want er werd zó ontzettend lang gemeut aan die keukentafel… De dames wilden een pizza bestellen. Met z’n drietjes één pizza (want ouder, dus minder trek). De dames – vrouwen van de wereld – wilden online bestellen, Mandarijnman (vaaaaan ’t plaaaaattelaaaand) wilde het liefst gewoon telefonisch bestellen. Even afgezien van het feit dat ik erg sterk het vermoeden heb dat hij nog nooit een pizza van dichtbij heeft gezien, werd het wel een dingetje aan de keukentafel van de boerderie. Wanneer Mandarijnman informeert of het lukt, reageert Karien kortaf: “Zolang jij je er niet mee bemoeit, lukt het wel om te bestellen.” En toen werd de postcode niet herkend. Jeumig. De volgende ochtend werd er geknuffeld (met beide ladies) in de keuken en ging Jacqueline wandelen terwijl Karine en Mandarijnman in de stal gingen schilderen. Met Karine haar bedoeling om een keer een echt gesprek op gang te brengen. Dat lukte en puntje bij paaltje was Mandarijnman ontroerd door het gesprek en het schilderen met Karine. Ik zou ook tranen in m’n ogen krijgen als ik een zonnebloem schilderde en mijn boer zou daar een paardenbloem in zien. Alhoewel… zelf zei ze dan weer dat het een margriet was. Verfdampen maken meer kapot dan je lief is, blijkbaar.

Nog even voortbordurend op het thema eten: da’s ook wel een dingetje in Zeeland, bij Bastiaan. Hij moet vandaag 10 hectare witlofpennen oogsten, dus is er geen tijd voor het meisje. Of meisjes in dit geval. De ladies soppen en zuigen het glazuur van de tegels en vervelen zich de tering in de keuken als de lunch klaar is. Na een hint komt Basje binnen met twee collega’s en de legendarische woorden: “Het wordt een korte lunch”. Daarna wordt de lunch zwijgend naar binnen gewerkt. En dan vertrekt het manvolk weer richting de 15.000 miljoenjard witlofpennen. Milou is er even helemaal klaar mee. Hosternokke!!!
Ondertussen is Eline onzeker, want ze ziet dat Bastiaan (als hij al tijd voor de dames heeft) meer oogcontact maakt met Milou, maar die ziet zichzelf dan weer niet op de boerderij voor de rest van haar leven. Pffff… Eline wil even gaan hardlopen, tenzij Milou aan Bas in haar afwezigheid verkering gaat vragen. “Want dan blijf ik even.” Maar dat gaat Milou niet doen. Nee, die ploft op de bank en gaat beeldbellen met haar BFF. In plat Lemburrachs wordt de situatie besproken. Ze voelt zich zo’n huisvrouw; ze past niet in zijn wereld, blablabla. Tijd zat: Bastiaan kan toch pas over anderhalf uur komen eten en Eline lijkt te zijn verdwaald in het donker op haar hard(weg)loopschoenen.

Over weglopen gesproken: bij Annemiek stijgt de gezelligheid ook tot op grote hoogte deze week. Ze nodigt wat vriendinnen uit. Stuk voor stuk paajdenmeisjes. (Nee, geen spelfout). Erik voelt zich als een paardenvlieg op een paardendrol, want mannelijk paajdenmeisje. Jelte niet en zit er voor lul bij. Hij vertelt dat wanneer het nog drie uur lang over paajden gaat, hij het toch wel saai gaat vinden waarschijnlijk. Maar al snel gaat het gesprek de andere kant op en komt hij beter in z’n vel en op de praatstoel te zitten. Annemiek ziet nu de leuke kant van Jelte en dat bevalt haar wel.
Maar na een nachtje slapen ziet alles er toch anders uit hè? Zo ziet Erik bijvoorbeeld dat er op een doosje thee de smaak “Mighty Mocro” staat terwijl er toch echt “Minty Morocco” op blijkt te staan. Let wel: hij wordt hier gewoon keihard gecorrigeerd door de megadyslectische boerin hè? En Annemiek ziet Jelte na een nachtje slapen als een stuk minder leuk dan de avond ervoor. Zelfs zo erg dat ze voor de camera verklaart dat wanneer Jelte haar even aanraakt, zij meteen denkt: doe maar niet. Geen goed teken. Jelte moet even mee naar de pinken om ze te voeren. Kutsmoes natuurlijk; ze gaat hem vertellen dat ie kan opzouten. Maar zover komt het niet: Jelte is haar voor. HA! GOOD ON YOU, BOY! Dus Jel pakt z’n tassen wel. Erik is dus de uitverkorene. Hij reageert fantastisch: “Welke smaak mag het zijn?”. En dat ging vermoedelijk over de thee.
Annemiek vertelt Erik dat ze wel gevoelens voor hem begint te krijgen, maar dat ze geen lange afstandsrelatie wil. En aangezien hij z’n eigen bedrijf heeft op anderhalf uur rijden van elkaar… De één zit namelijk in Gelderland en de ander in Drenthe. Wait, what??? Seriously??? Ik dacht dat de één in Zuid-Limburg zat en de ander in Friesland. Of Groningen en Zeeland voor mijn part. Zeg Annemiek, schat… Ik weet niet of je ooit wel eens in de Randstad bent geweest, maar hier is het heel normaal om anderhalf uur naar je geliefde te moeten reizen. Die tien kilometer verderop woont. Waar heb je het over, mens???
Anyway, Erik kan ook vertrekken. Jelte weet niet wat ie hoort en schuift nog even aan om dan toch maar z’n broodje op te eten. Duuuus…

Bij Jan is het allemaal nog lekker vaag. Hij vindt het fijn dat zowel Nienke als Natasja Froger een zorgachtergrond hebben. Da’s best handig op een zorgboerderij. Maar hij moet in elk geval niet denken dat Nienke mee gaat helpen als ze bij hem komt wonen. En hij moet eerst kriebels in z’n buik voelen. Als ik trouwens kriebels in m’n buik voel, moet ik heel snel een toilet zien te vinden, maar dat zal wel weer aan mij liggen. Nu we het daar toch over hebben: Nienke gaat Jan helpen met de stal uitmesten. “Het is een soort mediteren hè?”, mijmert ze. Het geeft haar de tijd om eens lekker met haar boer te kletsen. Natasja Froger is zeker van het feit dat Jan een grotere klik heeft met haar dan met Nien en gaat in plaats van boven de koeiedampen mediterend in de stal bezig zijn lekker met een cliënt mee die haar de wei wil laten zien. Nien vertelt even later dat zij vindt dat ze ook een enorme klik met Jan heeft, omdat ze veel aandacht van hem krijgt. Ja, duh… als je je opdringt bij het strontscheppen, dan moet die jongen toch uitkijken dat ie je geen klap met de schop verkoopt? Tuurlijk krijg je dan aandacht. Pffff… best vermoeiend.

“Flènktrekkenheej? Daszwoer!”* Het moge duidelijk zijn: we zijn bij Hjeert. Hjeert is volgens één van de dames knetterondeugend. Angela merkt op dat ze, ondanks dat ze allemaal heel verschillend zijn, het toch al mooi een week met elkaar uithouden. Miss Cameltoe vindt dat ook: “Ja, als ik je in de kroeg zou zien, dan zou ik wel een praatje met je maken, maar vriendinnen zouden we nooit worden!” Niet dat Angela dat zou willen, maar het rolt weer lekker tactisch haar scheur uit.
Hjeert deelt ondertussen klappen op achterwerken uit en Miss Cameltoe constateert dat Hjeert’s aandacht meer naar haar uit gaat. “Maar dat ligt misschien een beetje aan mij. Onbewust, of nou ja… bewust trek ik aandacht.” Oh? Joh… nou, dát was mij nou nog helemaal niet opgevallen.
Hjeert weet dat er weer een keuzemoment aan zit te komen en besluit de dames één voor één aan de tand te voelen over hun gevoelens. En dat doet ie in Hjeert-style: “Hoestadegijdrinaswijstraksietskriege?”Angela ziet het helemaal zitten. Kus erop en gaan. Op naar de volgende. Miss Cameltoe geeft aan het nog niet te weten wanneer hij vraagt: “Hoezieddegijdanoeffeltmetmie?” Hjeert is niet verbaasd door haar antwoord. Zij is dat dan weer wel. “HOE WEET JE DAT DAAAAAN???” Hjeert legt uit: “Dat zie ik aan hoe je doet, hoe je bent en hoe je rent.” Miss Cameltoe is benieuwd naar zijn mening en hij geeft een politiek correct antwoord, maar even later geeft hij toch toe dat het wel een beetje als een teleurstelling voelt. Aan de andere kant… hij vindt ze allebei even leuk, dus ik zeg: VOTE ANGELA!!!

(*Flink trekken hè? Dat is zwaar!”)

Nou goed, ik zag vanavond op Twitter de perfecte samenvatting tot nu voorbij komen:
Analyse Boer zoekt Vrouw: Geert-Jan zoekt iemand die met internet overweg kan, Bastiaan zoekt een huishoudster, Geert zoekt seks, Jan zoekt iemand uit de zorg en Annemiek zoekt eigenlijk niemand.

Bedankt, Stefan Keijzers. Ik had het niet beter kunnen omschrijven. Alhoewel: ik heb Geert en Geert-Jan even voor je omgedraaid. Ik bedoel: Geert-Jan en seks. Hallo???

Tot volgende week!