Klussen!!! (2008)

24 mrt

Geplaatst op 19 oktober

Eigenlijk heb ik hier helemaal geen tijd voor. Nee. Ik zou nu dus tot aan m’n neusvleugels in de verfrollen, vloerdelen, potten latex, behangrollen, spul om gaten in muren te dichten (God mag weten hoe het allemaal heet) moeten staan. Maar dat sta ik niet.
Ik heb namelijk huisarrest. Twee dagen. Opgelegd door m’n broer.
Ik heb dus afgelopen donderdag, één dag later dan dat de bedoeling was (want de banken zitten momenteel nogal op hun geld vanwege de kredietcrisis; er hoeft maar één komma verkeerd te staan in het contract en het hele zooitje wordt weer fijn vertraagd!!! Grrr…) de sleutel gekregen. Toen liep ik al aardig te snotteren… van de verkoudheid, hè? Géén ontroering. Maar ja… je wilt niet constant door zo’n notaris heen snuiten, daar is zo’n “speech” alleen al veel te duur voor. Dus deed ik m’n uiterste best om heel normaal door te ademen terwijl ik dacht: man, schiet op!!! Ik wil een zakdoek!!! Nu!!! Ach ja, zo’n jongen doet ook gewoon z’n best. Een aardige knul verder, die uitgebreid de tijd voor me nam, al kwam dat nou nèt effe niet uit. Gelukkig stond ie even op om een fles wijn voor me te pakken (die ik goedbeschouwd natuurlijk gewoon zelf betaald heb, maar dit terzijde), zodat ik mij even ongegeneerd kon bezighouden met het neuswezen. Met als resultaat een prachtig rode schrale neus. Op het moment dat ik mijn handtekening zet en ik daarmee officieel de stulp tot mijn stulp maak, neemt mijn makelaar onverwacht een foto van me. Oh yes, bloody great… gelukkig kijk ik naar beneden en is de flits een beetje te fel, waardoor het verschil qua couleur tussen m’n neus en m’n lippenstift nog te zien is. Net.
M’n beste vriendin had haar man die eerste avond geheel tot mijn beschikking gesteld toen ik eerder die week had verteld dat ik meteen de vloerbedekking eruit zou gaan trekken. Voelde me eerst een beetje bezwaard, maar toen ze vertelde dat ie weinig in te brengen had, maar dat het allemaal met een glimlach ging aan de andere kant van de lijn, stemde ik in. Rond zeven uur waren de hulptroepen gearriveerd. M’n koorts begon al aardig op te spelen, over de keelpijn wil ik het niet eens hebben en ik weet nog steeds niet hoe ik verder heb kunnen ademen. Ik heb maar wat te drinken ingeschonken, terwijl m’n tapijt in een duizelingwekkend tempo in repen van een meter werd gesneden. “Hé Anneke, kijk nou…”, zegt de uitleenman tegen me, terwijl ie de zoveelste reep van het witte tapijt oprolt. “Het is van Jan des Bouvrie…” Verrek… Ik dacht ook al: wie komt er op het onzalige idee om witte vloerbedekking te maken? “Oh? Jan des Bouvrie? Nou, leg het dan maar weer terug.” Moeders was ondertussen tantezeggertje nummer één aan het ophalen en tantezeggertje nummer twee, van zes, bleef bij ons. De woonkamer was snel leeg. “Zo, nog meer?” “Eh… nou… het kleine slaapkamertje?” Terwijl ik even wat te drinken in sta te schenken, wordt ook die vloerbedekking er uit gerost. Handig, zo’n man met turbo… Turboman bestudeert het blauwe structuurbehang. Ik wilde het laten hangen en er gewoon een verfje overheen gooien, maar nee… “Hmm…” Oh. Dat klinkt afkeurend. “Dat heeft ie er raar op gedaan” Ik moet altijd eerst op dat soort dingen gewezen worden, maar dan zie ik het ook. Hij is niet in een hoek begonnen, maar op een hele onlogische plek. Tsja… “Wat was je hier van plan?” Ik begin aan het behang te plukken. “Het ligt er zo af… Nou ja joh, scheuren maar.” Ik loop naar de gestripte huiskamer, waar tantezeggertje een lichtshow geeft. Hij heeft altijd al iets gehad met lichtjes en lichtknopjes, dus is ie alle lampen in huis aan het testen. “Hé Dunc! Wil je slopen?” Dàt laat ie zich geen twee keer zeggen. Vader en zoon staan gretig met een plamuurmes de boel los te halen, moeder en dochter komen binnen en binnen een mum van tijd zijn we met z’n vijven bezig en is het kamertje compleet kaal. Thuisgekomen plof ik op de bank onder een dekbedje neer. Alles wat boven het dekbed uitsteekt gloeit, alles wat er onder zit, heeft kippenvel. Volgens mij is m’n innerlijke thermostaat kapot…
Vijf liter zweet lichter en één rottige nacht verder, maar gelukkig weer koortsvrij staat om elf uur het broertje voor de deur. Heeft vakantie genomen en jeeeeeeee, wat komt dat goed uit. Eerst naar m’n aanwinst om z’n auto uit te laden. Ik neem meteen weer wat spul van mezelf mee, dus dat werd behoorlijk sjouwen. Op weg naar beneden kom ik m’n nieuwe buurvrouw tegen die met verdacht bekende tassen loopt. “Jezus, heeft ie (broer) je nou meteen aan het werk gezet?” Ik schaam me dood… “Nee joh, ik bood het zelf aan… ik moet toch naar boven!” Nu staat m’n hele huiskamer dus vol met onder andere die tassen, maar vooral met spul van m’n broer: kisten vol met tangen, knijpdingen, draadjesknippers, draadjesverbinders, hamers, boren, moeren, bouten, schroeven, beitels (WAT IS IE VAN PLAN???), spijkers (die herken ik tenminste. Hé! Vrouw, dus twee linkerhanden… en daar hebben wij recht op; dat staat in de gebruiksaanwijzing, dus niet zeiken.) en één of ander ding dat in een slagerij niet zou misstaan als snijmachine voor de vleeswaren. Maar als je dat bij een Gamma (dat zèg ik!) haalt, dan schijnt dat ineens weer een verstekzaag te moeten heten. Túúúúúrlijk… Ik houd het gewoon bij snijmachine, dat scheelt weer één letter ten opzichte van verstekzaag. (Wedden dat je nu zit te tellen? Ha! Zielig… En ja. De ij tel ik als één letter. Duh…) “Nou, wat mot er gebeuren?” (Altijd vriendelijk…) “Nou eh… laminaat halen, joh…” Want ja, mevrouw wil laminaat en laat mijn laminaatje nou toevallig ook nog eens in de aanbieding zijn. Dus, hup: boel opmeten, rekensommetje maken en op naar de afhaal-Zweed in Delft. Voor de sækerheid nemen we twee pakken låminaat ekstrå, je weet maar nøøit. En dan, ønbeperkt ruilen. Sta ik daar, ga ik nog twijfelen aan de kleur ook, maar uiteindelijk toch maar genomen wat ik van plan was. Eén soort had ik sowieso niet genomen, namelijk het laminaat met de naam slätten. Spreek uit als… “Wat hedde gij op de vloer? Nou gewoan, sletten…” Nee, dank. Goed, we staan daar met een lege kar en er moeten 27 pakken laminaat op. Jassen uit, mouwen opstropen en hijsen maar. Veertien kilo per stuk. Volgens mij is dat niet helemaal waar, want ze gaan steeds zwaarder wegen. Goed, als we zo’n beetje de hele pallet op het karretje hebben geladen (we hadden beter een pompwagen kunnen nemen), moet het hele zooitje een minuut of zeven later weer in de auto gegooid worden. Zucht. Als dat achter de rug is, loodst An An broer als een ware Tom Tom dwars door Delft naar de sluiproute zonder snelweg, zodat we geen snelheid hoeven te maken met die zware vracht achterin. Voelt niet zo erg prettig aan nadat je ineens hard moet remmen op de snelweg… Zere nek… Ondertussen word ik er ook niet knapper op: rode neus, dito ogen, veel snot, keelpijn en ja hoor: opkomende koorts. En dan moeten we straks nog zes trappen op… “Zeg, zullen we straks dat spul gewoon bij jou in de berging gooien beneden?” Wat een geweldig idee… Mensen, ook een broer is handig. Echt. Bij het uitladen kom ik weer m’n buurvrouw tegen. “Hé, we hebben 27 pakken laminaat naar boven te sjouwen. Als je toch niks te doen hebt…” Trapt ze dan weer niet in… Nee, beneden is een betere oplossing. En ik zweer het: als ie ligt, wil ik echt nooit meer een laminaatvloerdeel van dichtbij zien. Zal moeilijk worden, als ik het in m’n hele huis heb liggen… Na een oriënterend verfbezoek aan de lokale bouwsuper, waarvan je alleen maar in een depressie raakt omdat je dan helemaal niet meer weet wat je nou op je muur moet smeren (want ging ik nou voor zandwit of katoenwit of toch…. WAAAAH), taaien we af en krijg ik van broer te horen dat ik eerst maar eens lekker twee dagen in m’n bed moet gaan liggen om uit te zieken. Dan kijken we maandag wel verder. Ik zeg met een zwoele stem dat ik het een strak plan vind. Ja, dat is het enige voordeel van keelpijn: ik schijn een geweldig zwoel stemgeluid te hebben nu. Daar heb je alleen bij je eigen broer natuurlijk geen ene reet aan, gelukkig.
Weer vijf liter zweet en weer een klotenacht verder, doe ik het rustig aan en ga er pas tegen een uur of vier even op uit: ik moet een wasmachine en een koelkast hebben. Aangezien ik een achterlijk geplaatste cv-ketel heb, zit ik voor de koelkast aan hoogte gebonden en dus moet ik er wel uit om de boel op te meten. Maar goed: het past. Die verkoper heeft nog nooit zo’n makkelijk mens voor zich gehad: “Ik wil die en ik wil die daar.” Binnen twee minuten was het geregeld.
En nu uitzieken. Maandag gaan we de muren beetpakken en woensdag worden m’n nieuwe aanwinsten geleverd.
Wordt ongetwijfeld vervolgd.

Notaris

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: