Techneut. NOT!!! (2008)

23 mrt

Geplaatst op 10 januari

Tjongejongejonge… ik ben dus eerder deze week even naar Antwerpen gereden. Als je je even kwaad maakt, sta je hier vandaan binnen het uur op de Meir. Als ik rijd wel. Voor het vertrek als een echte kenner het oliepeil gecheckt. Gaat ongeveer zo: meisje doet d’r motorkap open en kijkt onder motorkap. Meisje haalt peilstokje omhoog, veegt ‘m even af en doet ‘m weer terug, waarna meisje ‘m er weer uit haalt en oliepeil afleest. Meisje concludeert dat het goed is en sluit alles weer af. Ondertussen voelt meisje verschillende ogen prikken en hoort ze voornamelijk manvolk denken: “moet je haar zien, staat zelf onder d’r motorkap te kijken…″ Tja… vooroordelen. Ooit, héél lang geleden, hadden mijn ouders een Daihatsu Cuore. Da’s zo’n auto waar je flessen limonade in de achterbak neer moet leggen, anders ging de achterklep niet dicht. Een soort Smart avant la lettre. Pa, ma en ik waren met de boot naar België gevaren en zus besloot ons te komen vergezellen. Met de auto van pa en ma. Op een zonnige dag togen de dames de Jong in de Japanse limo richting de kust. Het was lekker warm en om nou in Brugge het water te betreden… De Cuore had alleen één mankement: de startmotor. Die wilde wel eens moeilijk doen. “Geen nood”, zei pa die ik nog nooit een strand voor z’n lol had zien betreden en dus lekker bij de kat op de boot bleef, “mocht ie niet starten, dan moet je even de auto flink heen en weer schudden en dan doet ie het wel weer.” Okee. Wij naar de kust. Tegen het eind van de dag liepen we terug naar de Japanner die tegen een duinenrij geparkeerd stond en stapten vol goede moed in. En ja hoor: niet starten. Shit. Meteen verschenen er twee Belgische mannenhoofden boven de duinenrij, die onze startpogingen hadden gehoord en nieuwsgierig waren geworden. Nou goed, wij eruit. Motorkap open en kijken. Niet dat dat enige indruk op de motor maakte… Ondertussen, wij zijn niet gek, merkten we dat de “mennekes”op het duin zich bijzonder aan het vermaken waren over het feit dat daar drie meiskes onder de motorkap stonden te kijken. En dat dat toch wel nergens toe zou leiden. We keken elkaar aan. Schudden dan maar? Okee. Niks laten merken, doen alsof je weet waar je mee bezig bent en rammen. Motorkap dicht, instappen. Sleutel in het contact en hopen dat ie het doet. Pa had gelijk: tot onze grote opluchting startte het ding. Pffff… Ik heb nog nooit twee mannen zo verbaasd zien kijken.
Toen kwam de tijd dat ik zelf m’n rijbewijs kreeg. Wilde natuurlijk ook zelf een auto. Mijn tweede autootje was een Opel Corsa. Een hele mooie zilverpaarsachtige. Ik kocht ‘m in Arum (where the hell???) in Friesland (Oh vandaar…), omdat de Friese tak van la famille daar al eens tot grote tevredenheid wat had aangeschaft. Bij een soort van autoboer. Letterlijk. Apetrots ging ik ‘m halen. Voordat ik de Afsluitdijk op reed, vertelde ie me in z’n beste Nederlands dat die knop daar, de knop voor het gevarenlicht was. Maar die had een speciale behandeling nodig. “Die moet je uuttrekk’n.” Nou prima, als ik het weet… De reis verliep goed, maar de knop bleek toch een beetje raar. Ik naar de plaatselijke Opeldealer. Knop mee. “Dag, kunnen jullie mij helpen aan deze knop?” “Oh, laat me raden; hij is zeker een beetje lam? Da’s een bekend probleem bij de Corsa.” Spijker op z’n kop. Ik kreeg de nieuwe knop mee en de baliemedewerker vroeg of er even iemand mee moest lopen om ‘m er in te zetten. “Nee, joh, lukt wel…″ Het lukte ook. Tot ik ‘m testte. Ik trok aan de knop en… pats! Er uit. Oh. Weer lam. Shit. Bleek dat je ‘m juist in moest drukken… Nu had ik ‘m dus zelf gesloopt. Wat nu? Ik weer naar binnen en besloot over te stappen op de hulpeloze vrouw-modus. Dat werkt. “Joh, ik koop hier net die knop, doe ‘m er net in, nu blijkt deze ook al lam te zijn…″ “Echt waar? Nou, even een andere proberen. Ik loop wel even mee…″ Hij werd er voor me ingezet, voor me uitgeprobeerd en ik kon vertrekken. Met een nieuwe, functionerende gevarenlichtknop. Een leugentje om bestwil armer, dat wel…
Afgelopen dinsdag na m’n oliepeil gecheckt te hebben, de tank volgegooid. (Jahaa, ik weet dat België goedkoper is qua literprijs, maar dan moet je België wel kunnen halen natuurlijk. Bovendien heb ik een kortingspas, waardoor ik voor nagenoeg Belgische prijzen Hollands tank.) Als laatste nog even m’n bandenspanning gemeten en de bandjes waar nodig bijgevuld en hup, op naar de Belgique. Alles gaat goed en op de terugreis zeg ik dat het misschien wel leuk is als we de “vuurtorenroute” terug nemen. Ik ben gek op zee, strand en vuurtorens en aangezien het lekker donker was, zijn we door Zeeland terug komen rijden. Niks aan de hand. Tot ik in Stellendam arriveer en op een rotonde een raar geluid hoor. Ik rijd m’n auto een straat in en draai nog eens aan m’n stuur. Een gierend geluid…. je wilt het niet weten. Sta je dan, in de middle of absolutely f*#&ing nowhere. Hier de ANWB bellen betekent rustig twee uur wachten. Had ik niet zo’n zin in… Het viel me ineens wel op dat het sturen ook zwaarder ging. Ojee.. Dit had vast iets met mijn stuurbekrachtiging te maken. Ik besloot stiekem toch verder te rijden. Zolang ik rechtdoor reed, was er niets aan de hand. Dus wij het Haringvliet over en karren richting huis. Hé, een BP. Even stoppen. Instructieboekje er bij… blader, blader… ja, hebbes! Bijvullen vloeistof stuurbekrachtiging. Oh… “U dient het peil van uw stuurbekrachtigingsvloeistof één keer per week te controleren.” Jaja… Nou, da’s fraai. Nog nooit gedaan… Als ze dat hier nou verkopen… ik lees verder. “Bijvullen dient u te doen als de motor geheel is afgekoeld.” Laat maar. Ja, dan had ik net zo goed twee uur op de gele rijders van de ANWB kunnen gaan wachten. Ik besluit dat niet te doen en rijd voorzichtig verder. Voordat ik op de snelweg kom heb ik nog één behoorlijke bocht voor een tunnel en één dito bocht, bij de eerste afslag Vlaardingen. Ik waag het erop, mijn auto in de bochten bemoedigend toesprekend. “Je kan het, nog een klein stukje…″ Ach… hij is lief en brengt me braaf thuis. De volgende ochtend kijk ik weer onder de motorkap. Hmmm… reservoir ziet er leeg uit. Dus toch. Ik besluit het niet zelf op te lossen, maar gewoon meteen naar mijn garage te rijden. Ik kan wel gaan bellen, maar dan moet je weer een paar dagen wachten. Okee, doe waar je goed in bent: de hulpeloze vrouw-modus. “Ik heb een probleempje, denk ik…″ Denk ik? Weet ik wel zeker. Ik weet ook wat er aan de hand is, maar dat houd ik lekker voor mezelf. Vertel wel dat ie zwaar stuurt, maar dat de banden oppompen ook niets heeft opgeleverd. De monteur loopt met me mee en kijkt onder de motorkap. Na een poosje gaat het dopje van het lege reservoir eraf. “Ja, die moet je wel bijvullen, natuurlijk. Die is helemaal leeg…″ “Joh, echt? Oh. Ja, geef een vrouw voor het eerst een auto met stuurbekrachtiging en dan krijg je dit. Nou ja, weer wat geleerd…″ Ik sta me stilletjes een beetje te schamen voor de dommige houding die ik aanneem, maar het heeft wel weer effect: het reservoir wordt keurig netjes bijgevuld en dan kijkt ie nog even verder. Hij haalt z’n wijsvinger langs een slangetje en ziet rode olie. “Kijk, hij lekt… Vandaar dat ie leeg is. Ik zie ‘m gewoon druppelen… Nou, daar moet een nieuw slangetje op. Breng ‘m maandag maar even langs.” Ik informeer of het kwaad kan als ie weer leeg komt te staan. “Nee hoor, als ie weer leeg is, dan stuurt ie alleen zwaar, maar je brengt je auto geen schade toe.” Yes!!! Gek he, door die lekkage voel ik me toch weer een beetje minder stom…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: