Bovenop het nieuws!!! (2006)

27 feb

Geplaatst op 8 april 2006

Ben ik op een gewone, suffe woensdagmorgen na een lang weekend op m’n werk, hoor ik ineens een ambulance. Nou werk ik aan een vrij drukke weg, redelijk dicht bij een ambulancepost en in de buurt van een ziekenhuis, dus er komen regelmatig van die gele loeiers voorbij, maar toch… Nieuwsgierige Aag die ik ben, loop ik toch even naar de voordeur. Oh. De ambulance stopt bij de school schuin aan de overkant. Tegelijkertijd komt er van de andere kant een brandweerwagen aanrijden. Erg veel haast is er niet, de heren van de hulpdiensten stappen relaí uit en wandelen de school binnen. Het duurt niet lang voordat ik redelijk dichtbij nog een ambulance hoor. En nog een brandweerwagen. “Goh, ik reed gisteren nog door Rijswijk in de buurt waar vorig jaar de uitvaart was van die vermoorde leraar van het Terra College en daar moet ik nu ineens aan denken. Getver. Het zal toch niet…?” “Ja, maar waar is die brandweer dan voor gekomen?”, klinkt het naast me. Daar zit wat in. Dan komt de tweede ambulance na een kleine omzwerving in de wijk tegenover ons tevoorschijn en die stopt uiteindelijk ook bij de school. “O jee”, zeg ik tegen een collega. “Twee ambulances…dat ziet eruit als een hartprobleem…” Jahaa, ze heeft opgelet bij de cursus bedrijfshulpverlening… We speculeren nog even verder en m’n collega vertelt dat er vorig jaar een traumaheli op kwam dagen bij een verkeersongeluk hier op de laan. Ze heeft het nog niet gezegd of we horen de rotorbladen vlak boven ons hoofd. “Oh mijn God, dan is het echt niet goed…”, zeg ik. De kinderen op het schoolplein worden weer even terug in het schoolgebouw gedirigeerd, terwijl de heli een geschikte landingsplaats zoekt. Ondertussen arriveren er meer ambulances en brandweerwagens en begint de politie het verkeer te regelen. Rond een uur of elf heeft de politie het gedeelte tussen de twee kruispunten (waar de school en onze toko tussen liggen), voor alle verkeer afgezet. Heel af en toe gaat er een ambulance weg, maar er blijven er nog genoeg staan. Je zou het bijna vergeten, maar er is een gedeeltelijke zonsverduistering aan de gang en ondanks dat we als één van de weinige regio’s in het land een strakblauwe lucht hebben, kijken er weinig mensen naar wat er boven hen gebeurt. Is toch ook mooi.
In de winkel blijft het opmerkelijk rustig; er is weinig verkeer. Wel komt er wat wandelend volk binnen en zo krijgen we ook wat geruchten te horen: het zou koolmonoxide zijn, er zou een scheikundeproef verkeerd gegaan zijn (op een basisschool??? Vreemd.) en er zou een verwarmingsketel ontploft zijn. Het koolmonoxidevermoeden wordt een beetje bevestigd door een moeder van een “gelukkig is ie ziek thuis-kind” op de betreffende school. Goh… In de loop van de middag doet zich een rare situatie voor: een klant vraagt of wij weten wat er aan de hand is. Dus ik vertel het verhaal dat ons ter ore is gekomen dat het vermoeden bestaat dat er in de gymzaal een koolmonoxidelek zou zijn. “Maar, dat is wat wij hebben gehoord; we weten het niet zeker.” De klant wordt een beetje wit om de het reukorgaan en houdt zich aan het kassablok vast. “Ik word geloof ik even niet goed.”, zegt ze. “Mijn dochter zit daar op school…” Oh shitterdeshitshit… Als ik een kind had dat op die school zou zitten en ik zie daar diverse hulpdiensten voor de deur staan, dan ging ik toch echt even bij een loslopende politieagent informeren en niet bij een winkel in de buurt, maar wie ben ik? “Gaat het?”, informeer ik. Mijn collega en ik vragen verder: “Heeft ze vanochtend gymles gehad? Nee? Nou, dan is ze vast in orde, want het schijnt alleen de klas te zijn die gym heeft gehad. Maar probeer het daar even na te vragen.” Ondertussen is het gekkenhuis compleet: de vaderlandse pers is gearriveerd en ineens staan er sattelietwagens naast de supermarkt een stukje verderop. Doet raar aan, hoor. Rond halfvier hoor ik weer een heli en denk ik het geluid van een politieheli te herkennen. Heb ik van m’n broer geleerd en tot nu toe heb ik ‘m steeds herkend. Ook nu weer. Hij hangt heel laag, zo’n beetje op de hoogte van de flat van vier hoog achter ons en vliegt heel langzaam een paar keer over. Als ie weg is, rond een uur of vier, zie ik ineens weer verkeer over de laan rijden. We horen vaag nog iets over twee mensen die bij de apotheek niet lekker geworden zijn en langzaam keert het normale leven weer terug.
Thuis zie ik op het journaal uitvergroot datgene dat ik op een afstand van tweehonderd meter heb gevolgd. En hoor ik dat er niet twee, maar zes mensen bij de apotheek niet lekker geworden zijn, vijf winkels verder dan waar wij zitten. Door het incident bij de apotheek wordt er verder gezocht naar mogelijke oorzaken: het drinkwater en de riolering worden onderzocht, zijn er illegale wiet- of XTC-lozingen geweest of is het toch legionella? Niemand weet het. Ik weet wel dat ik enorme koppijn heb en ik zit net na zessen al te geeuwen alsof ik en week m’n bed niet heb gezien. En m’n keel… beetje branderig. Nou ja, er zal wel een verkoudheidje aan zitten te komen.
De volgende dag hoor ik van mijn collega dat ook zij ‘s avonds erg zat te geeuwen en een drukkende hoofdpijn had gehad. Via via komt dat verhaal bij de GGD terecht die de boel onderzoekt en daarop komt hun directeur ook met ons een praatje maken, om het één en ander een beetje in kaart te brengen. We krijgen te horen dat er in twee andere winkels (dichterbij ons) ook twee mensen onwel zijn geworden. En dan blijkt ook mijn andere collega ‘s avonds misselijk te zijn geweest. Het is een rare toestand. We zijn nu een week verder en de oorzaak is nog steeds niet bekend.
Dan wordt het maandagavond. Ik zit thuis, een behoorlijk lange mail in het engels op te stellen en weer hoor ik een sirene. Van een brandweerwagen deze keer. Aag is nog steeds nieuwsgierig en gaat op heur bed staan om te kijken waar dat ding is en vooral: waar ie heen gaat. Nou woon ik naast een groot, oud pand waar ooit een meubelzaak in heeft gezeten. Toen ik een paar maanden oud was, heeft daar een flinke brand gewoed. Daar weet ik natuurlijk helemaal niets meer van, maar een paar jaar later, op woensdag 8 mei 1978, uw reporter was toen 7 jaar, stond de meubelfabriek aan de achterzijde van ons huis in brand. Dat ding is toen tot op de grond afgefikt en ik heb toen een hele lange periode slechte nachten gehad met alles erop en eraan: nachtmerries, slapeloosheid, badend in het zweet wakker worden…(Hé, ik was 7!) Maar goed, door die gebeurtenis toen heb ik een soort rare fascinatie voor brand gekregen. Als ik weet dat er niemand meer in zit, en als het op veilige afstand is, vind ik het best mooi om te zien. Triest, maar mooi. Maar als het bij mij in de buurt is (en geloof me: aan de andere kant van het huizenblok van 500 meter vind ík al bedreigend…), dan sla ik om in blinde paniek en heb je he-le-maal niks meer aan me. Ik word hysterisch. Daarom moet ik ook altijd weten waar een brandweerwagen vandaan komt en vooral waar ie heen gaat. Als het maar ver genoeg van mij is. Effe Checken: hij komt van de haven af en gaat over de brug. Mooi. Ik kruip weer achter m’n bureau en zet de hersenmassa weer in de engelse stand en typ verder. Whoa, stop! The fire engine is getting closer by the sounds of it, oops…sorry…even terugschakelen: ik hoor dus dat ie dichterbij komt en dus spring ik nogmaals op mijn bed (vanwege hoge vensterbank), doe het raam een stukje open en kijk naar beneden. Tot mijn verbijstering zie ik dat ie voor mijn deur stopt en tegelijkertijd ruik ik rook. “Dit is niet goed”, denk ik. Ik doe m’n raam dicht, sla m’n werk op en loop naar beneden. Daar kijk ik even uit het raam en zie dat er nog een brandweerwagen gearriveerd is en dat de politie de boel al aan het afsluiten is met (ja hoor: daar is ie weer:) een rol politielint. Da’s lekker. De mannen van de brandweer staan intussen naar ons dak te kijken en dat is niet echt een heel erg geruststellende gedachte, kan ik vertellen. M’n moeder ziet het ook en vraagt lichtelijk paniekerig aan mij of ik misschien weet wat er aan de hand is. Euh… gokje: brand? Ze loopt naar het balkon en ziet de benedenbuurman in zijn tuin staan en die bevestigt: het is weer raak, hiernaast. Oh shit. Niet weer, hè? Ik vang ondertussen de kat en doe alvast alle deuren dicht, zodat hij tenminste nergens meer heen kan glippen. “Ik weet even helemaal niet wat ik doen moet”, zegt m’n moeder. Wacht even: hier klopt iets niet. Het brandt naast me. VLAK naast me. Ook nog eens superlink, want oude huizen. Lees: alles van hout, lees: dat brandt zo lekker weg. En m’n moeder (normaal niet zo gek te maken) is in paniek. Ik daarentegen (heel erg gauw gek te maken wat brand betreft en zou dus stijf moeten staan van de stress) blijf koelbloedig kalm en ik denk zelfs rationeel. Ik heb zelfs nog niets eens gegild. Nog geen greintje paniek te bespeuren. Ik verbaas mezelf. Dus begin ik kalm orders uit te delen: “kleed je aan en pak alvast de verzekeringspapieren.” “Verzekeringspapieren… ik weet even niet meer waar ik moet grijpen…” “Daar, onderin, in die kast. Kom op, handelen. Ga wat doen! Weet jij trouwens waar de kattenmand is?” “Ehhh… nee, ik weet even helemaal niks meer. In de gangkast?” Nee dus. Als ik het kattenluikje dicht doe, zie ik de rook al de hoek om komen. Ik loop rustig naar boven om daar naar de kattenmand te vinden en zie dat ik m’n computer nog aan had laten staan. Ja, nou kan je je zooi wel lekker opslaan, maar als het hier echt fout gaat, is je PC weg en heb je daar dus ook niets meer aan. Mwah… Dus verstuur ik m’n werk nog even naar twee van m’n emailadressen. Voor de zekerheid. Ik sluit keurig m’n computer af en pak een stapel fotoalbums, waarna ik met m’n buit naar beneden loop. Ik stop de kat alvast in z’n mand (hij wil niet, natuurlijk…) en doe de fotoalbums in een grote plastic tas die ik alvast bij de trap naar beneden zet. Ik stop er voor de zekerheid wat schone kleren bij (waaronder m’n favoriete T-shirt dat ik in Engeland heb gekocht; die moet mee!!!) en pak vlug uit de woonkamer het fotolijstje met één van de laatst gemaakte foto’s van m’n vader. Ik zet alles bij de trap neer en ga dan naar beneden, met m’n fotocamera (dat dan wel weer). Alles staat klaar om meteen de deur uit te lopen en zolang de brandweer nog geen aanstalten maakt om ons eruit te halen, blijven moeders en de kat boven. Ik houd ze telefonisch wel op de hoogte. Om een lang verhaal kort te maken: de benedenburen hebben de brand gelukkig bij toeval in een vroegtijdig stadium ontdekt (omdat de kat naar binnen moest en de buurvrouw iets rook, is haar man op onderzoek uitgegaan en heeft meteen de brandweer gebeld). Gelukkig was de brandweer in de buurt, want de ladderwagen kwam van de haven af en zo waren ze er godzijdank vroeg bij. Ik moet er niet aan denken als… laat maar. En dan die rooklucht in je huis… nou ja, als dat het ergste is. Maar mag ik volgende week alsjeblieft weer een normale week? Please?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: