An-glofiel in Parijs… (2005)

27 feb

17 november

Vrijdag 5 november, net voor halfzes. Het werk zit er bijna op, nog even een paar laatste dingen doen, afsluiten en wegwezen. Morgen weer een dag. Voor mij dan: ik ben elke zaterdag de lul… Tring! Hé telefoon. Ik verwacht een laatste klant op de valreep; is het m’n zus. Met een dienstmededeling. ,,Ik heb hier een pakketje en dat moet maandagochtend bezorgd worden in Parijs…” ,,Joh…” (als in: ja leuk, maar wat heb ik daar nou weer mee te maken?) Nou gewoon, dienstmededeling. Gebeurt wel vaker: even melden dat je weer een leuke rit hebt. Een uurtje of anderhalf later (ik zit inmiddels thuis), weer telefoon. Zus. Ze heeft thuisfront gepolst, maar thuisfront hoeft niet zo nodig mee naar Parijs, dus volgt de vraag of ik dan zin heb om mee te gaan. Whoa! Ik hoor snode plannen: vroeg vertrekken zondagochtend, dagje door Parijs dwalen, hotelletje boeken, maandag terug. Dat kan mooi, want ik ben toch elke maandag vrij. Precies, dan is de rest van Nederland weer de lul, maar ikke lekker niet! Hmmmm… sounds interesting… Voordat ik het weet, is het hotel geboekt en de afspraak gemaakt. De gek wil om halfzeven gaan rijden. Want dan heb je nog wat aan je dag… Is wel zo, maar het is weekend. Dan zet je je wekker toch niet op vijf uur? Dat is toch tegennatuurlijk? En dan, de avond ervoor moeten we nog “even” naar Paul de Leeuw in Luxor. Dat wordt een kort nachtje…
Dan is het zondag, vijf uur. En als de wekker gaat, heb ik spijt!!! Rond kwart voor zeven is de gek er en om een uur of zeven gaan we. En we gaan lekker. Het is uitzonderlijk rustig op de weg in Nederland, België en in Frankrijk. Wacht maar tot we op de periferique zitten… Maar éénmaal op de periferique lijkt het wel een autoloze zondag. Nou weet ik dat er de laatste dagen een aantal auto’s hier in de buurt in vlammen zijn opgegaan, maar dat blijkbaar het gehele Parijse wagenpark in de as is gelegd, dat had ik toch niet verwacht. Het lijkt er hier tenminste wel op. We rijden eerst langs het afleveradres (daar zijn we om een uur of kwart over elf), maar helaas: we kunnen het pakje nog niet kwijt. En dan begint het: Parijs op z’n Amerikaans. Er volgt een helse rit dwars door Parijs met op de passagiersplek een half uit het raam hangend in het wild knippende fotograaf (tot over het dak van de rijdende auto heen) en achter het stuur een koerier (de gek) die stuurt en eigenlijk hetzelfde doet, zij het in mindere mate. We zijn op fotosafari. Eerst twee rondjes om de Arc de Triomphe, over het Place de la Concorde, langs de eerste gespotte Starsucks (van levensbelang voor zus), onder een poortje door en dan: ,,Hé verrek! Dat is het Louvre!” ,, Joh…zit dat hier???” Hup, vol in de remmen en knippen maar. ,,Nee, niet uitstappen, je mag hier niet stoppen!”, roept zus, van iets buiten het raam. ,,Nee, ik stap niet uit, ik ga alleen effe staan, kan ik over het dak een foto maken. En dan: het licht staat toch op rood!” ,,Ooooh…” Als het licht op groen gaat, zitten we weer braaf in de gordels en zetten koers richting Eifeltoren. Ondertussen concluderen we dat we toch al mooi effe aan cultuur gedaan hebben. Jahaa: we zijn bij het Louvre langsgeweest. Bij de Eifeltoren iets soortgelijks: zus parkeert dubbel in doodlopende straat, knipperlichten aan (tja, koerier, hè?) en ik ga op m’n gemak in het park foto’s maken van de ijzeren dame. Goh, wel flex, zo… Nou, op naar het hotel dan maar.
Daar aangekomen gooien we de auto in de ondergrondse parkeergarage, je weet tenslotte maar nooit met die rellen de laatste tijd. Het hotel valt alleszins mee, maar het uitzicht is weer geweldig: een blinde muur. Dat heb ik nou altijd. Als we op zoek gaan naar de metro, maken we meteen kennis met de buren van het hotel (tevens het uitzicht van de hotelgasten aan de andere kant van de gang): stille types. Naast het hotel ligt namelijk een begraafplaats. Daar heb ik nou helemaal geen moeite mee, maar voor zus is de blinde muur een betere optie. Drie keer raden wie er als eerste met haar camera in de aanslag het hoofdpad van de begraafplaats op loopt? Juist ja. De vrouw die de letters D,D,O,O alleen maar als dodo of eventueel zelfs als oddo wil rangschikken, zij die in staat is in hartverscheurend janken uit te barsten als je d’r naast een doodskist neerzet met iemand erin die ze helemaal niet kent en die reageert met een “GADVERDAMME!” vanuit heur tenen, als er een lijkwagen voorbij rijdt (ik zie ze nooit, maar zij heeft er oog voor, blijkbaar). Nou, die dus. Ik vind dat raar. Maar dat zal wel weer aan mij liggen. Via een croissantje naar de metro, en op naar La Défense. Mooi daar. Zus is koffieverslaafd en aangezien ze niet tegen naalden kan (ja, het is wat met dat mens…), heeft ze dus geen infuus aan d’r arm hangen dat het bruine bocht direct in d’r bloedbaan spuit, dus loopt ze meteen op Starfucks af. Haha! Die is dicht! Humor. Trillend (cafexefnegebrek) stapt ze later in de metro, op naar Trocadero. Mooi uitzicht op de Eifeltoren. Dan komt de PDA met d’r “navigatie-Miep” uit de tas en wordt, tot mijn ongeloof, de route naar de dichtstbijzijnde Starsucks uitgestippeld. Oh, mon Dieu! Ja, je zit er lekker. Maar volgens mij hoef je daarvoor niet per sé naar Startrucs, maar ook dat zal wel weer aan mij liggen. Er gaan in hoog tempo twee grote bakken koffie in. Ik neem maar een milkshake. Je moet wat, in november… Daarna lopen we terug naar Trocadero. Het is inmiddels donker en de Eifeltoren staat volop in het licht. Dat is al mooi, maar als we aan komen lopen, zien we er ook nog duizenden witte flitslichten op. Lijken net diamantjes. Pimp my Eifeltower! Blingbling! Wel mooi. We lopen onder de toren door, richting pont d’Alma (inderdaad, niet logisch voor de oplettende Parijskenner) en stappen daar op de trein naar St. Michel, op zoek naar eten. We komen uiteindelijk in een Franse bistro terecht, met compleet maffe bediening. We gaan gezamenlijk aan de kaasfondue en nemen een pichetje rosé. Dat kwam neer op 2,5 glas per persoon. Maar ja, lange dag, lekker moe, dus die rosé valt hard en stijgt snel (we kunnen gewoon niet veel hebben). Na het eten nog een klein slingertje gemaakt en daarna terug naar het hotel; het is morgen weer vroeg dag.
Hoe vroeg? Zes uur. ZES! Zo vroeg. Ik vroeg er niet om. Achterlijke tijden… We komen lekker op gang… ff onder de douche enzo. Rond een uur of zeven zitten we in de ontbijtzaal, met uitzicht op de stille buren. We nemen lekker de tijd…het is onbeperkt en wij zijn Hollanders, dus we slepen eruit wat er uit te halen valt… voor € 3,40 per zus. Nee, zo veel hebben we niet gegeten, we zaten gewoon een uur lang knagend wakker te worden. Daarna als de vliegende tering de spullen gepakt en richting auto. Kapotte parkeerautomaat zorgde voor verwarring en oponthoud, maar toen gingen we toch echt de periferique op. Nou ja, op… we stonden op de oprit al stil. Spits, hè? In de file heb ik invoegende Fransen herhaaldelijk geprobeerd door het raampje het principe van het ritsen uit te leggen: “dans le Pays-Bas nous ritsons…” en dan van die gebaren erbij. Het heeft niet veel geholpen. Een tikkie verlaat door de file komen we op het afleveradres. Daarna keren we huiswaarts. Het weer is toch niet veel soeps vandaag, in tegenstelling tot gisteren. Zus maakt nog even een foto van een verkeersregelaar die allang het sein tot rijden had gegeven, op het plein rond de Arc de Triomphe… gelukkig niet zo heel veel verkeer daar… ahum… Dan met een snelle scheur langs de Sacre Coeur (op de route), via drie verbrande auto’s in St. Denis Parijs weer uit. Achteraf maar goed dat we een hotel aan de zuidrand hadden, het andere hotel dat zus op het oog had, lag op 100 meter afstand van die drie verbrande auto’s… Niet fijn. Achteraf merkten we dat de achterblijvers toch wel een beetje in de rats hadden gezeten: de rellen waren die nacht voor het eerst Parijs in gekomen en het schijnt best heftig te zijn geweest. Wij hebben niets gemerkt verder…Maar toch fijn dat de auto niet “voorverwarmd” was…
Twee lange dagen en één korte nacht eisen op de terugweg hun tol: ik kom de man met de hamer niet gewoon tegen, nee: hij komt in de auto praktisch op m’n schoot zitten… M’n zus neemt fijn een paar foto’s van mij in comateuze toestand en dat tot twee keer toe. Als ik wakker schrik, barst ik wel ineens van de energie. En dat moet eruit, he? Dus wat ga je dan doen? Drummen! Luchtdrummen. Zoiets als air-guitar, maar dan anders. Ik krijg uit veel instrumenten wel een beetje redelijk geluid, maar ik + gitaar = oorlog, en dat lijkt me nou op de snelweg in een auto ook weer niet zo fijn, dus dan maar drummen. Heb ik ooit wel eens bij elkaar een halfuurtje gedaan in m’n leven en dat liep wel normaal af. Nou ja, normaal… Ach, dat is weer een heel ander verhaal. Ik dwaal af.
Nou, Parijs op z’n Amerikaans dus: kort maar hevig. Maar wel leuk! (Het haalt het alleen natuurlijk niet bij Londen…maar dat lijkt me duidelijk!)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: